Starten als zelfstandige in de culturele en creatieve sector
Je begint voor jezelf in de culturele en creatieve sector, of je denkt daarover na. Er komt dan in korte tijd veel op je af: wat je vraagt voor je werk, wat je met een opdrachtgever afspreekt, en wat je zelf moet regelen voor je pensioen en voor de periode waarin je niet kunt werken. Een deel daarvan geldt voor iedere zelfstandige, ongeacht het vak. Een ander deel hangt samen met de manier waarop het werk in de culturele en creatieve sector is georganiseerd: hoe opdrachten en budgetten tot stand komen, en de vraag of je in een opdracht werkt of feitelijk in dienst bent. Dit artikel is een ingang, geen handboek. Het benoemt per onderwerp waar je mee te maken krijgt en verwijst naar het artikel of de bron met het volledige antwoord. Het geeft geen advies over jouw persoonlijke situatie.
In het kort
- Opdrachten zijn vaak kort en projectmatig, en het budget ligt meestal al vast voordat jij in beeld komt.
- Of je zelfstandig werkt of feitelijk in dienst bent, blijkt uit de manier waarop je werkt, niet uit je inschrijving bij de KVK of uit de titel boven je contract.
- Ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting is iets anders dan zelfstandig werken in arbeidsrechtelijke zin. Die twee vragen kunnen verschillend uitvallen.
- Wat je vraagt voor je werk is een onderwerp op zich. Er zijn rekenhulpmiddelen, maar de keuze blijft aan jou.
- Arbeidsongeschiktheid, pensioen en scholing betaal je uit je eigen tarief. Er bestaan regelingen die daaraan kunnen bijdragen.
- De meeste problemen ontstaan bij afspraken die vooraf niet zijn gemaakt: over annulering, en over de (auteurs)rechten op wat je maakt.
- Starten naast een dienstverband of vanuit een uitkering kan, en vraagt om een paar extra afwegingen.
Hoe opdrachtgeverschap in de sector werkt
Een festival, een gezelschap, een museum, een producent of een ontwerpbureau is vaak zelf ook opdrachtnemer. Zij werken met projectbudgetten die zijn vastgesteld voordat jij in beeld komt, soms jaren van tevoren in een subsidieaanvraag of een meerjarenplan. Het bedrag dat voor jouw werk beschikbaar is, staat daarmee meestal al op papier voordat het gesprek erover begint. Dat is nuttig om te weten, maar het bepaalt niet wat je kunt vragen.
Het werk is doorgaans tijdelijk en gebonden aan een productie, een tentoonstelling of een seizoen. Je werkt regelmatig in een team waarin sommigen zelfstandig zijn en anderen bij dezelfde organisatie in dienst. De beloning loopt niet altijd via een uurtarief: een gage per voorstelling, een uitkoopsom voor een hele productie of een vast bedrag per opdracht zijn even gebruikelijk.
Daarnaast bestaat de Fair Practice Code, een gedragscode over eerlijk werken en eerlijk belonen. Een deel van de fondsen en overheden vraagt subsidieaanvragers om die code te onderschrijven en toe te passen. Je kunt er geen recht aan ontlenen, maar het is wel een aanleiding om over je voorwaarden te beginnen. Wat er in de code staat, lees je in ons artikel Fair Practice Code voor beginners.
Ben je wel echt zelfstandig?
Als startende zelfstandige is het een belangrijke vraag om te weten of je wel echt als zelfstandige werkt. Dat antwoord is niet altijd makkelijk te geven. En de manier waarop veel werk in de sector is georganiseerd helpt daar niet bij: repetitieschema’s, roosters, werken onder artistieke leiding, en soms ook jarenlang terugkomen bij dezelfde organisatie.
Maar dat het werk in de culturele en creatieve sector anders is georganiseerd dan in een kantoor of een productiebedrijf, verandert de regels niet. Er geldt dan ook geen uitzondering en geen eigen maatstaf voor de sector. Of er sprake is van een opdracht of van een arbeidsovereenkomst, wordt beoordeeld aan de hand van dezelfde wet als in andere sectoren.
Wat daarbij van doorslaggevend belang is, is hoe er in de praktijk wordt gewerkt. Je inschrijving bij Kamer van Koophandel (KVK), je facturen en de titel boven je contract zijn dus niet beslissend. Een rechter (en ook de Belastingdienst) kijkt naar het geheel: wie bepaalt hoe het werk wordt gedaan, of je je kunt laten vervangen, of je voor eigen rekening en risico werkt, en of jouw werk hoort bij wat de organisatie normaal gesproken doet. Welke signalen erop wijzen dat je feitelijk als werknemer werkt, en wat daarvan de gevolgen zijn, staat in ons artikel Zzp’er in de cultuursector: werk je écht zelfstandig?
Denk je dat je opdracht in feite een arbeidsovereenkomst is, dan kun je daar werk van maken. Dat moet je dan wel zelf kunnen onderbouwen. Er komt daarnaast een rechtsvermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst: werk je tegen een uurtarief op of onder een wettelijke tariefgrens, dan wordt aangenomen dat je een arbeidsovereenkomst hebt. Je moet je daar zelf op beroepen. De opdrachtgever hoeft vervolgens niet te bewijzen dat je géén werknemer bent, maar wel genoeg concrete feiten aan te dragen om de rechter te laten twijfelen. Lukt dat, dan ben jij weer aan zet. Wat je moet aantonen en hoe die route verloopt, lees je in ons artikel Een arbeidsovereenkomst opeisen: wat moet je aantonen?
Let op: een modelovereenkomst geeft minder zekerheid dan je denkt
De Belastingdienst beoordeelt sinds 6 september 2024 geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Overeenkomsten die op dat moment waren goedgekeurd, mogen nog worden gebruikt tot en met 31 december 2029. Ook dan geldt dat de overeenkomst alleen iets zegt als er in de praktijk ook zo wordt gewerkt. Krijg je een modelovereenkomst voorgelegd, controleer dan bij de Belastingdienst het kenmerknummer en de geldigheid.
Wat vraag je voor je werk?
Als starter is dit vaak je eerste vraag. Wat je nodig hebt, volgt uit je kosten, de voorzieningen die je zelf betaalt en het aantal uren dat je daadwerkelijk kunt declareren. Wat je kunt vragen, hangt daarnaast af van wat je meebrengt: je ervaring, hoe specialistisch het werk is, en hoeveel anderen het ook zouden kunnen doen. Het budget van de opdrachtgever begrenst wat er in dat gesprek mogelijk is, en zegt op zichzelf niets over wat je werk waard is.
Een bedrag dat voor iedereen klopt bestaat dus niet, en dit artikel vult het niet voor je in. Er zijn wel hulpmiddelen. Met de rekentool cao-loon naar zzp-tarief zie je wat een cao-salaris voor vergelijkbaar werk omgerekend zou betekenen als zzp-tarief. De cao-kaart laat zien welke cao’s er in de culturele en creatieve sector gelden.
Voor een aantal vakgebieden is er meer. Aan de ketentafels van fairPACCT maken opdrachtgevers, opdrachtnemers en beroepsorganisaties samen rekentools en tarieftabellen voor hun eigen deelsector, onder meer voor beeldende kunst, popmusici, klassieke musici, cultuureducatie en letterenorganisaties. Voor andere deelsectoren zijn ze in de maak. Zo’n tabel is opgesteld door de partijen in jouw keten zelf, wat het een steviger vertrekpunt maakt in een gesprek over geld dan een bedrag dat je alleen zelf hebt uitgerekend. Wat er uiteindelijk geldt, spreek je af met je opdrachtgever.
Werk je met een gage of met een vast bedrag per opdracht, dan is minder goed zichtbaar wat je per uur overhoudt. Alle tijd die je aan die opdracht besteedt hoort mee te tellen, ook voorbereiding en repetitie. Laat je die uren buiten beschouwing, dan lijkt een bedrag ruimer dan het is.
Wat je vastlegt voordat je begint
Veel afspraken worden mondeling gemaakt. Dat gaat vaak goed, maar als het misgaat is achteraf niet meer vast te stellen wat er precies is toegezegd. Twee onderwerpen komen daarbij het vaakst terug.
Het eerste is wat er gebeurt als een opdracht niet doorgaat. Een opdrachtgever mag een opdracht in beginsel op elk moment beëindigen. Wat je dan nog kunt vorderen, hangt af van je afspraken en van de kosten die je al hebt gemaakt. Wat je rechten zijn en wat je vooraf kunt vastleggen, staat in ons artikel Je opdracht wordt geannuleerd: wat zijn je rechten als zzp’er?
Het tweede zijn de rechten op wat je maakt. Maak je iets wat auteursrechtelijk is beschermd, dan ligt dat recht bij jou als maker, ook wanneer een ander ervoor betaalt. Jij bepaalt dus wat je daarvan weggeeft en waarvoor. Je kunt een gebruiksrecht geven voor dit ene project, je kunt je auteursrecht helemaal overdragen, en alles daartussen kan ook. Dat verschil past in één regel van een opdrachtbevestiging, dus lees voor je tekent wat er staat, en zeg het als er meer wordt gevraagd dan je wilt geven. Lees ook ons artikel Van wie is jouw werk eigenlijk?
Wat je zelf regelt
Wie in loondienst werkt, krijgt loon doorbetaald bij ziekte, bouwt pensioen op en heeft soms een scholingsbudget. Als zelfstandige betaal je die drie uit je eigen tarief, ook wanneer je dat tarief niet volledig zelf hebt kunnen bepalen.
Bij arbeidsongeschiktheid gaat het om de vraag wat er gebeurt als je langere tijd niet kunt werken. Er zijn verschillende manieren om dat op te vangen, van een verzekering tot een broodfonds, en er bestaat een regeling die kan bijdragen in de kosten. De opties staan naast elkaar in AOV: welke opties heb je als zzp’er?
Pensioen bouw je als zelfstandige niet vanzelf op. Werk je daarnaast in loondienst, dan lopen die twee door elkaar en is het nuttig om te weten wat er al voor je geregeld wordt. Meer hierover vind je in ons artikel Loondienst én zzp: hoe zit het met je pensioen?
Voor scholing en ontwikkeling bestaat Werktuig PPO, een bijdrage die je als werkende zelf aanvraagt. Wat het inhoudt en voor wie het bedoeld is, lees je in Wat is Werktuig PPO? En waarom jezelf blijven ontwikkelen (als zelfstandige) om een eigen plan vraagt, lees je in ons artikel Waarom blijven ontwikkelen als zzp’er?
Starten naast ander werk of vanuit een uitkering
Lang niet iedereen werkt vanaf het begin volledig voor zichzelf. Je kunt opdrachten combineren met een dienstverband, of een praktijk opbouwen terwijl je een uitkering ontvangt. Allebei kan, en allebei stelt eisen aan je administratie en heeft gevolgen voor je belastingaangifte en je opbouw.
Werk je in loondienst en daarnaast als zelfstandige, dan lees je in Loondienst én zzp: waar moet je op letten? waar de aandachtspunten liggen. Vraag je je af wat er met een WW-uitkering gebeurt als je voor jezelf begint, dan is Kan ik als zelfstandige ook WW ontvangen? het startpunt.
Wat je bij KVK, Belastingdienst en Rijksoverheid regelt
Een deel van wat je moet regelen geldt voor iedere zelfstandige, ongeacht de sector. Daarover staat elders actuelere informatie dan wij kunnen bijhouden. Of je je moet inschrijven, welke rechtsvorm bij je past en hoe je je administratie inricht, lees je bij KVK. Btw, aangifte en de vraag welke aftrekposten voor jou gelden, staan bij de Belastingdienst.
Eén punt verdient aparte aandacht, omdat het vaak door elkaar loopt. De Belastingdienst heeft een hulpmiddel waarmee je nagaat of je ondernemer bent voor de inkomstenbelasting. Dat gaat over je aangifte en over aftrekposten zoals de zelfstandigenaftrek. Het antwoord daarop zegt niets over de vraag of je opdracht een arbeidsovereenkomst is. Je kunt ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting en tegelijk werken in een opdracht die feitelijk een dienstverband is. Andersom komt ook voor.
Waar kun je terecht?
Beroepsverenigingen en vakbonden geven hun leden informatie en soms juridische ondersteuning. Welke organisatie bij jouw vak past, verschilt per discipline. De Creatieve Coalitie, een koepel van belangenorganisaties in de culturele en creatieve sector, heeft daarvoor de Aansluitwijzer, een hulpmiddel om te vinden welke organisatie jouw belangen behartigt. Daarin staan alleen organisaties die bij die koepel zijn aangesloten, dus kom je jouw beroep(svereniging) er niet in tegen, dan betekent dat niet dat ze niet bestaat.
Loop je vast in een conflict met een opdrachtgever, kijk dan eerst wat je schriftelijk hebt afgesproken en probeer er in gesprek uit te komen. Gaat het om een groot bedrag of om je rechtspositie, laat je dan bijstaan door iemand met juridische kennis van zaken. Platform ACCT is een kennisplatform en geeft geen advies over individuele situaties.