Skip to content

Kan ik als zelfstandige ook WW ontvangen?

Veel zzp’ers denken dat de WW niet voor hen is. Zij betalen immers geen premie en zijn dus niet verzekerd voor deze werknemersverzekering. Maar er is een uitzondering die in de culturele en creatieve sector veel voorkomt: de zelfstandige met een hybride beroepspraktijk. Werk je naast je eigen praktijk in loondienst, en verlies je die baan, dan kun je wel degelijk recht hebben op WW. Dit artikel legt uit hoe dat werkt.

Let op!

Dit artikel gaat over de situatie waarin je al zelfstandige bent en daarnaast inkomen hebt uit loondienst. Wil je juist vanuit een WW-uitkering starten als zelfstandige? Kijk dan op de website van het UWV bij de startersregeling. Dat is een andere regeling met andere voorwaarden.

Wat is een hybride beroepspraktijk?

Van een hybride beroepspraktijk spreken we als je je inkomen uit verschillende bronnen haalt: als zelfstandige, en daarnaast als werknemer. Over dat werk in loondienst betaal je premies voor de werknemersverzekeringen, waaronder de WW.

Dit komt in de culturele en creatieve sector veel voor. Uit het eigen beroep, vaak als zelfstandig uitvoerend kunstenaar, komt niet altijd genoeg inkomen om van rond te komen. Daarom neemt de kunstenaar er een baan bij. Soms in het verlengde van het eigen werk, denk aan een beeldend kunstenaar die kunsteducatieve lessen verzorgt. Soms een baan die helemaal buiten de sector ligt.

Omdat je over dat werk in loondienst WW opbouwt, kan er recht op een uitkering ontstaan als die baan wegvalt. De eerste gedachte is vaak: ik ben toch zelfstandige, dus dat geldt niet voor mij. Dat is niet zelden onjuist.

Waar gaat het UWV van uit?

Verlies je je baan in loondienst en voldoe je aan de voorwaarden voor WW, dan kom je in beginsel gewoon in aanmerking voor een uitkering, voor de omvang van je arbeidsurenverlies.
Voor de uren die je in je eigen praktijk steekt geldt een vrijstelling. Om die vast te stellen kijkt het UWV naar de 26 weken vóór je ontslagdatum. Die vrijgestelde uren worden per maand berekend, want de WW wordt ook per maand uitgekeerd. Het UWV rekent daarbij met een gemiddelde van 21,75 werkdagen per maand.

Voorbeeld

Robin heeft een zelfstandige praktijk als beeldend kunstenaar en besteedt daaraan 20 uur per week. Daarnaast heeft ze een baan van 15 uur per week in loondienst. Die baan komt te vervallen.
Haar vrijstelling wordt: 20 gedeeld door 5 werkdagen, keer 21,75 werkdagen per maand, is 87 uur per maand. Zolang Robin niet meer dan 87 uur per maand aan haar onderneming besteedt, heeft dat geen gevolgen voor haar uitkering.

Welke uren tellen mee?

Dit is het punt waarop veel mensen zich vergissen. Het gaat niet alleen om je declarabele uren, maar ook om de indirecte uren: reistijd, administratie, acquisitie, voorbereiding en studie. Dus ja, ook de uren thuisstudie waarmee een musicus zijn embouchure op peil houdt.
Alle uren die je aan je onderneming besteedt moeten dus worden opgegeven bij het UWV, ook de uren waarvoor je niet betaald krijgt.

Wat als je meer gaat werken?

Werk je meer uren dan je vrijstelling, dan worden die extra uren verrekend met je uitkering. Het UWV rekent die uren om naar een fictief inkomen en haalt dat van je uitkering af. Hoe dat precies wordt berekend en wat het in jouw situatie betekent, lees je op de pagina Fictief inkomen van het UWV.
Je uitkering vervalt helemaal wanneer je 87,5% of meer van je WW-maandloon aan inkomen genereert.

Let op!

Extra gewerkte uren als zelfstandige worden blijvend verrekend. Ga je later weer minder werken, dan gaat je uitkering niet omhoog. Het UWV gaat daarbij uit van het hoogste aantal uren dat je in een maand hebt gewerkt, en rekent daar in de maanden daarna mee door. Eén drukke maand kan dus doorwerken in de rest van je uitkering.

Hoe controleert het UWV je uren?

Het UWV kan je opgave vergelijken met de uren die je bij de Belastingdienst opgeeft voor de zelfstandigenaftrek. De uren die je bij beide instanties opgeeft, moeten dus met elkaar overeenkomen.
Dat werkt twee kanten op. Geef je bij het UWV weinig uren op, minder dan 23,5 uur per week, en vraag je bij de Belastingdienst wel zelfstandigenaftrek aan, dan wringt dat. Voor die aftrek moet je namelijk minimaal 1.225 uur per jaar aan je onderneming besteden, en dat komt neer op ongeveer 23,5 uur per week. Zo’n verschil kan grote gevolgen hebben: het kan betekenen dat je je uitkering geheel moet terugbetalen, eventueel verhoogd met een boete.

Bestond er niet een kortere wekeneis voor artiesten?

Die bestond, maar hij is er niet meer. Om in aanmerking te komen voor WW moet je in beginsel ten minste 26 van de 36 weken vóór je eerste werkloosheidsdag hebben gewerkt.
Voor werkenden in de culturele sector, zoals acteurs, musici en artiesten, gold een kortere eis: zij moesten in de 39 weken vóór hun werkloosheid ten minste 16 weken hebben gewerkt. Dat was geregeld in het Besluit verlaagde wekeneis WW en Wet WIA. Die regeling is per 1 januari 2014 vervallen.

Waar vind je de officiële regels?

Het UWV legt op de pagina Zzp’er en recht op een WW-uitkering uit hoe de vrijstelling en de verrekening werken, met rekenvoorbeelden.
De regels zijn gedetailleerd en de gevolgen van een verkeerde inschatting zijn groot en vaak onomkeerbaar. Vraag je situatie na bij het UWV vóórdat je iets verandert aan je uren, niet erna.

Lees meer:

Star

Arrow up

Op de hoogte blijven?

Wil je graag op de hoogte blijven van onze activiteiten en nieuwe tools en informatie? Meld je hier aan voor de Platform ACCT nieuwsbrief.