Skip to content

Wat is de ketenregeling? Welke uitzonderingen zijn er in de culturele en creatieve sector?

In de culturele en creatieve sector wordt meer dan elders gewerkt met tijdelijke contracten. Om te voorkomen dat werknemers te lang op een tijdelijk contract blijven werken, bestaat de ketenregeling. Die bepaalt wanneer elkaar opvolgende tijdelijke contracten, een keten, overgaan in een contract voor onbepaalde tijd. In dit artikel lees je hoe de regeling werkt, wat er verandert door de Wet meer zekerheid flexwerkers, en welke uitzonderingen er in onze sector gelden.

Let op: de ketenregeling verandert

De Wet meer zekerheid flexwerkers is aangenomen en wijzigt de ketenregeling op twee punten. De pauze waarna een nieuwe keten kan starten gaat van zes maanden naar drie jaar, en de mogelijkheid om bij cao meer of langere tijdelijke contracten af te spreken vervalt. Deze wijzigingen gaan naar verwachting in per 1 januari 2028. Tot die tijd geldt de huidige regeling.

Voor een aantal functies in de podiumkunsten geldt een aparte route, die naar verwachting wél blijft bestaan. Dat lees je verderop onder de uitzonderingen.

Wanneer wordt een tijdelijk contract een vast contract?

De ketenregeling staat in artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek. De hoofdregel is nu: een werkgever mag maximaal drie tijdelijke contracten sluiten, met een totale duur van maximaal drie jaar. Het vierde contract, of het contract waarmee de drie jaar wordt overschreden, geldt automatisch als een contract voor onbepaalde tijd. Na een pauze van meer dan zes maanden mag een nieuwe keten beginnen. Kortweg: 3-3-6, dus drie contracten, drie jaar, zes maanden tussenpoos.
Die termijnen zijn er niet altijd zo geweest. Vóór 2015 was de maximale duur drie jaar en de pauze drie maanden. Met de Wet werk en zekerheid ging de duur naar twee jaar en de pauze naar zes maanden. Sinds de Wet arbeidsmarkt in balans is de duur weer drie jaar, wat de huidige 3-3-6 oplevert.

Let op!

Een losstaand tijdelijk contract eindigt van rechtswege, ongeacht de duur (artikel 7:667 lid 1 BW). Bij één enkel contract is de ketenregeling dus niet van toepassing.

Wat verandert er door de Wet meer zekerheid flexwerkers?

Twee dingen, allebei naar verwachting per 1 januari 2028.

Ten eerste wordt de tussenpoos van zes maanden vervangen door een termijn van drie jaar. Het aantal contracten en de maximale duur van drie jaar blijven gelijk. Het doel is om draaideurconstructies tegen te gaan: werknemers die telkens na een korte pauze terugkeren op een tijdelijk contract, voor werk dat eigenlijk structureel is.

Ten tweede vervalt de mogelijkheid om bij cao van de ketenregeling af te wijken wat betreft het aantal contracten en de duur. Dat is de route waarmee nu bijvoorbeeld zes contracten in vier jaar kunnen worden afgesproken. Die ruimte verdwijnt.

Dit raakt de culturele en creatieve sector direct, omdat verschillende cao’s juist van die ruimte gebruikmaken. Hieronder zie je per cao om welke route het gaat.

Mag er in een cao worden afgeweken van de wettelijke regeling?

Er bestaan twee verschillende routes. Het onderscheid is nu belangrijker dan ooit, omdat de ene route verdwijnt en de andere naar verwachting blijft.

De algemene cao-route: cao-partijen kunnen afspreken dat er maximaal zes opvolgende tijdelijke contracten mogen worden gesloten over een periode van maximaal vier jaar. Dit staat in artikel 7:668a lid 5 BW. Deze mogelijkheid vervalt met de Wet meer zekerheid flexwerkers.

De route via de ministeriële regeling: voor bepaalde functies is bij ministeriële regeling vastgesteld dat tijdelijk werk hoort bij de aard van het vak. Is een functie aangewezen, dan kan de ketenregeling van artikel 7:668a BW bij cao buiten toepassing worden verklaard. Omdat de Wet meer zekerheid flexwerkers juist dat wetsartikel wijzigt, raakt die wijziging deze functies naar verwachting niet.

De tweede route ontstaat overigens niet vanzelf. Cao-partijen moeten samen een verzoek indienen bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die toetst of het voor die functies bestendig gebruik is en of het vanwege de aard van de bedrijfsvoering én van de functie nodig is om alleen met tijdelijke contracten te werken. Pas na aanwijzing in de regeling kan een cao er gebruik van maken.

Controleer altijd eerst of er een cao van toepassing is op de werkzaamheden, bijvoorbeeld via onze cao-kaart, en of daarin van de wettelijke regeling is afgeweken. Welke partijen bij een cao betrokken zijn, vind je ook op onze cao-kaart.

Uitzonderingen via de algemene cao-route

Voor de volgende cao’s geldt dat de uitzondering naar verwachting vervalt als de Wet meer zekerheid flexwerkers ingaat. Zij vallen dan terug op de wettelijke hoofdregel. Achter elke cao staat de ketenformule: het aantal toegestane contracten, binnen het aantal jaren, en de tussenpoos in maanden.

HBO-kunstonderwijs (6-4-6)

De cao HBO wijkt voor het kunstonderwijs af van de wettelijke regeling. Binnen een periode van maximaal vier jaar mogen zes tijdelijke contracten worden gesloten. Dit geldt voor onderwijsgevend personeel met onderwijsgevende taken in het kunstonderwijs, als de werknemer daarnaast uitvoerend beroepsbeoefenaar is en de betrekking niet groter is dan 0,4 FTE. Contracten die elkaar opvolgen met tussenpozen van niet meer dan zes maanden vormen één keten.

De cao licht toe wat met uitvoerend beroepsbeoefenaar wordt bedoeld: actieve professionals die zich als kunstenaar manifesteren in hun eigen discipline via publicaties, producten, voorstellingen en optredens. Denk aan een musicus, acteur, danser, beeldend kunstenaar, filmer of bouwkundige. Er moet sprake zijn van een beroepspraktijk met een behoorlijke omvang en kwaliteit. De cao verklaart hierop ook de tekst uit de preambule van de cao HBO 2014-2016 van toepassing.

Voor het overige personeel gaat de cao HBO juist verder dan de wet: daar geldt maximaal twee jaar en drie contracten. Die strengere afspraak is in het voordeel van de werknemer en blijft ook na 2028 mogelijk. Voor een promotietraject, zowel de Professional Doctorate als de PhD, geldt de duur van het onderzoek, met maximaal drie contracten. Voor werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt geldt onder deze cao een ruimere regeling: maximaal zes contracten binnen vier jaar.

Kunsteducatie (6-3-6)

De cao Kunsteducatie kent een uitzondering voor werknemers met de functie docent, projectleider, projectassistent of projectmedewerker. Voor hen mogen binnen 36 maanden zes tijdelijke contracten worden gesloten, met onderbrekingen van niet meer dan zes maanden.

De cao noemt hierbij expliciet de aanleiding: de sterke afhankelijkheid en onzekerheid van subsidietoekenning door gemeenten, een sterk fluctuerend leerlingaantal en projectmatige dienstverlening. Belangrijk is de voorwaarde die daaraan vastzit: de uitzondering mag alleen worden gebruikt als die omstandigheden niet zijn op te vangen binnen de bestaande capaciteit van werknemers met een vast contract.

De cao Kunsteducatie heeft ook een bepaling over het aangaan van één tijdelijke arbeidsovereenkomst. Eén enkel tijdelijk contract mag maximaal 48 maanden duren. Wordt zo’n contract aangegaan voor 36 maanden of langer, en volgt binnen zes maanden na afloop opnieuw een contract, dan geldt dat laatste contract als aangegaan voor onbepaalde tijd.

Nederlandse Podia (6-4-6)

Voor de functiegroepen podiumtechniek en horeca mogen maximaal zes contracten worden gesloten binnen 48 maanden, met tussenpozen van niet meer dan zes maanden. Het moet dan gaan om contracten met een vaste of gemiddelde arbeidsduur per week, of met een gegarandeerd minimum- of maximumaantal uren. De cao verwijst hiervoor uitdrukkelijk naar artikel 7:668a lid 5 sub b BW, de bepaling die met de Wet meer zekerheid flexwerkers vervalt.

Let ook op het volgende in deze cao: voor functies waarvoor volgens het personeelsplan normaal gesproken een vast contract wordt gesloten, kan maximaal één jaar een tijdelijk contract worden aangeboden. Daarna heeft de werknemer recht op een contract voor onbepaalde tijd.

Poppodia en -Festivals: geen afwijking meer

De cao Poppodia en -Festivals kende eerder een uitzondering op de ketenregeling. Die is per 10 juni 2022 vervallen. De cao volgt nu voor alle contractsoorten de wettelijke hoofdregel: maximaal drie contracten binnen 36 maanden, met tussenpozen van maximaal zes maanden. Dit geldt zowel voor contracten met een vaste arbeidsduur als voor contracten met een gemiddelde arbeidsduur en voor nulurencontracten.

Voor ketens waarvan het laatste contract vóór 10 juni 2022 is aangegaan, geldt een overgangsregeling. Daarop blijven de bepalingen van de cao NPF 2019-2020 van toepassing.

Uitzonderingen via de ministeriële regeling

Voor de volgende functies is bij ministeriële regeling vastgesteld dat tijdelijk werk hoort bij de aard van het vak. De ketenregeling van artikel 7:668a BW is dan buiten toepassing verklaard. Omdat de Wet meer zekerheid flexwerkers juist dat wetsartikel wijzigt, raakt die wijziging deze functies naar verwachting niet.

Toneel en Dans (15-4-3)

Onder de cao Toneel en Dans ontstaat een contract voor onbepaalde tijd als er meer dan 15 contracten zijn gesloten, of als de contracten samen langer duren dan 48 maanden. Om de keten te doorbreken is een tussenpoos van meer dan drie maanden nodig.

Dit geldt alleen voor de functies die in de regeling zijn aangewezen: acteur, danser, balletmeester, repetitor, regisseur, scenograaf, ontwerper voor licht, geluid of video, componist, musicus of zanger, choreograaf, kinderbegeleider en dramaturg, en daarnaast productieleider, productiemedewerker, theatertechnicus of inspiciënt, boven- en ondertitelaar, souffleur, figurant, kleed-, kap-, grime- en decormedewerker, tourneebegeleider, educatiemedewerker en de bijbehorende assistenten. Voor alle andere functies onder deze cao geldt de wettelijke regeling.

Remplaçanten (onbeperkt)

Onder de cao Remplaçanten Nederlandse Orkesten is artikel 7:668a BW niet van toepassing. Er ontstaat dus in geen enkel geval een contract voor onbepaalde tijd. Elk contract eindigt van rechtswege op de einddatum, zonder dat opzegging nodig is. Tussentijds opzeggen kan wel, met inachtneming van de wettelijke bepalingen. De aanwijzing geldt voor remplaçanten in dienst bij orkesten die lid zijn van de Vereniging van Nederlandse Orkesten en bij de door de orkesten opgerichte Stichtingen Remplaçanten.

Muziekensembles

De cao Muziekensembles bepaalt dat de artistieke functies van musicus en andere podiumkunstenaars onder de ministeriële uitzondering vallen. Voor die functies geldt volgens de cao in principe geen beperking van het aantal tijdelijke contracten.

Wel vraagt de cao om een bewuste afweging op ensembleniveau. De werkgever en de ensemblecommissie overleggen over het gebruik van de uitzondering en over de vraag in hoeverre vaste contracten wenselijk zijn, en de werkgever betrekt die uitkomst bij zijn besluit. Het gekozen beleid wordt periodiek opnieuw gewogen, voor het eerst een jaar na ingang van de cao en daarna ten minste eens in de drie jaar.

Voor alle overige functies onder deze cao, waaronder bureaumedewerkers, geldt de wettelijke regeling: bij meer dan drie contracten of meer dan 36 maanden ontstaat een vast contract, met een tussenpoos van meer dan zes maanden om de keten te doorbreken.

Let op: niet alle sociale partners werken hun cao’s even snel bij. Twijfel je? Neem dan contact op met de juridische helpdesk van een van de cao-partijen.

Heeft de werknemer recht op een transitievergoeding?

Ja, sinds de Wet arbeidsmarkt in balans heeft iedere werknemer bij beëindiging recht op een transitievergoeding. De eerdere drempel van twee jaar is vervallen. Het maakt niet uit of het contract van rechtswege eindigt, bijvoorbeeld doordat het niet wordt verlengd, of dat de werkgever opzegt via het UWV of laat ontbinden via de kantonrechter. Ook een werknemer met een tijdelijk contract dat niet wordt verlengd heeft dus recht op een transitievergoeding. De hoogte is een derde maandsalaris per gewerkt jaar.

Hoe kan een werkgever toch een vierde contract sluiten?

Kort gezegd: nauwelijks. De reële optie, die vaak ook recht doet aan de situatie, is een contract voor onbepaalde tijd aanbieden. Het omzeilen van de ketenregeling, bijvoorbeeld door voor de tussenliggende periode een uitzend- of detacheringsconstructie op te tuigen, is vrijwel niet mogelijk. Uit de parlementaire geschiedenis en uit de rechtspraak volgt dat een werkgever daarmee al snel in strijd handelt met het goed werkgeverschap uit artikel 7:611 BW.

Ook andere vormen van compensatie tijdens de pauze, zoals loon doorbetalen of de periode op een andere manier overbruggen, gelden als misbruik. De keten wordt dan gezien als niet onderbroken.

Dit punt wordt na 2028 nog zwaarder. De pauze wordt dan immers drie jaar in plaats van zes maanden, en die is in de praktijk veel lastiger te overbruggen.

Welke WW-premie geldt er?

Sinds de Wet arbeidsmarkt in balans betaalt de werkgever een verschillende WW-premie afhankelijk van het soort contract. Er is een lage en een hoge premie. In beginsel geldt de lage premie alleen voor contracten voor onbepaalde tijd met een vaste arbeidsomvang. Voor alle andere contracten, waaronder tijdelijke contracten en oproepcontracten, geldt de hoge premie. Ook voor een tijdelijke urenuitbreiding geldt de hoge premie.

De percentages worden jaarlijks vastgesteld. Kijk voor de actuele percentages en voor de vraag welke premie in jouw situatie geldt op de website van de Belastingdienst of in het Kennisdocument Premiedifferentiatie WW.

HR-taken in je functiepakket?

Ben je HR-adviseur, zakelijk leider, directeur-bestuurder of heb je een andere functie waarin je HR-taken uitvoert? Meld je aan voor het HR-netwerk van digiPACCT en maak kennis met vakgenoten uit de sector. Wissel kennis uit, meld je aan voor kennissessies en nog veel meer. Ga naar www.digiPACCT.nl en meld je kosteloos aan.

Lees ook:

Star

Arrow up

Op de hoogte blijven?

Wil je graag op de hoogte blijven van onze activiteiten en nieuwe tools en informatie? Meld je hier aan voor de Platform ACCT nieuwsbrief.