Skip to content

Onder welke cao valt jouw organisatie?

Foto: Charles Deluvio, Unsplash

“Onder welke cao valt mijn organisatie?” Die vraag kan aan jou worden gesteld door een medewerker, een accountant, een vakbond of een pensioenfonds. Je kunt hem ook aan jezelf stellen, bijvoorbeeld omdat je een salaris moet vaststellen of een arbeidsovereenkomst wilt opstellen.

Het antwoord hangt af van de werkingssfeer van de cao. Die bepaalt voor welke werkgevers, activiteiten, functies of werknemers de cao geldt. Of die cao jou vervolgens ook bindt, is een tweede vraag. Zijn bepalingen uit een cao algemeen verbindend verklaard, dan gelden die voor alle werkgevers die onder de werkingssfeer vallen, ook als je nergens lid van bent, en ook in arbeidsovereenkomsten die al lopen.

Het is dus verstandig om eerst vast te stellen welke cao op je organisatie van toepassing is, voordat je arbeidsvoorwaarden vastlegt. In de culturele en creatieve sector is dat niet altijd eenvoudig, want de cao’s zijn per deelsector afgesloten en organisaties houden zich niet altijd aan die indeling. Zo kan een toneelgezelschap ook educatie verzorgen, kan een museum een winkel en een café hebben en kan een podium technische diensten aan anderen leveren. In dit artikel lees je waar je de werkingssfeer vindt, hoe je bepaalt of jouw organisatie eronder valt, en wat er uit dat antwoord volgt. Je vindt  ook een checklist om het stap voor stap na te lopen.

In het kort

  • Of een cao voor jouw organisatie geldt, begint bij de werkingssfeer. Daarin staat voor wie de cao geldt.
  • De werkingssfeer staat niet altijd onder het kopje Werkingssfeer. Lees ook de definities en controleer of er een bijlage bij de cao hoort.
  • Niet iedere cao bepaalt de werkingssfeer aan de hand van activiteiten. Sommige cao’s kijken naar lidmaatschap van een werkgeversvereniging, naar een lijst met instellingen of naar een specifieke rechtspersoon. Andere werken met functies of werknemers.
  • Moet je de activiteiten van je organisatie vergelijken met de cao, dan kijk je naar het werk dat binnen de organisatie wordt verricht. Ook de uren van medewerkers die dat werk ondersteunen of mogelijk maken horen erbij.
  • Een algemeen verbindend verklaring geldt alleen voor de bepalingen die in het besluit zijn opgesomd. Hoeveel dat er zijn, verschilt per besluit.
  • Ben je aan een cao gebonden, dan pas je de arbeidsvoorwaarden uit die cao ook toe op werknemers die geen vakbondslid zijn, tenzij de cao anders bepaalt. Dat is een plicht en geen keuze.
  • Een pensioenverplichting kan uit je cao komen of uit een verplichtstelling. Die laatste heeft een eigen werkingssfeer, die niet via de cao loopt.
  • Blijft onduidelijk welke cao geldt, dan ligt het antwoord bij de partijen die de cao hebben afgesloten. Er zijn kosteloze routes voordat je een werkingssfeeronderzoek laat uitvoeren.

Waar vind je de werkingssfeer?

In een cao staat voor wie die cao geldt. Dat noemen we de werkingssfeer. De cao kan bijvoorbeeld gelden voor werkgevers in een bepaalde branche of bedrijfstak, voor bepaalde instellingen of voor een specifieke groep werknemers.

Veelal is er een paragraaf ‘Werkingssfeer’ in een cao opgenomen, maar die is niet altijd voldoende. In de cao’s in de culturele en creatieve sector kom je verschillende constructies tegen.

Soms bevat het artikel over de werkingssfeer alleen uitzonderingen en staat de eigenlijke omschrijving in de definitie van het begrip werkgever. Een andere cao heeft geen apart werkingssfeerartikel en werkt volledig met definities en een bijlage waarin instellingen zijn opgenomen. Ook komt het voor dat het werkingssfeerartikel verwijst naar een begrip dat elders in de cao is gedefinieerd, of alleen naar twee leden van het definitieartikel.

Lees daarom altijd het werkingssfeerartikel én de relevante definities. Controleer ook of er een bijlage bij de cao hoort. Staat daarin een lijst met instellingen, kijk dan of die lijst tussentijds kan worden aangepast. Kan dat, dan verandert de kring van organisaties zonder dat de cao zelf wordt gewijzigd.

Zijn er bepalingen algemeen verbindend verklaard, dan is er nog een tweede bron: het besluit waarmee dat is gebeurd. Daarin staat welke bepalingen algemeen verbindend zijn en, voor zover dat nodig is, voor welk gebied en welke werkzaamheden zij gelden. Dat is voorgeschreven in artikel 5, eerste lid, van de Wet AVV. Deze besluiten worden bekendgemaakt in de Staatscourant en zijn te vinden via officielebekendmakingen.nl. Het ministerie houdt daarnaast een register bij, met de cao’s als bijlagen, en dat register ligt voor iedereen kosteloos ter inzage.

Weet je niet welke cao’s in jouw deelsector bestaan of wie ze hebben afgesloten, dan kun je dat opzoeken via de cao-kaart van Platform ACCT.

Wat algemeen verbindend verklaren precies betekent, lees je in ons artikel Welke cao geldt voor jou? Dat artikel is voor werknemers geschreven, dus waar ‘je werkgever’ staat, gaat het over jou.

Waar kijkt de werkingssfeer naar?

Voordat je je activiteiten gaat vergelijken met een cao, is het belangrijk om te bepalen hoe de werkingssfeer is omschreven. Dat bepaalt namelijk wat je vervolgens moet uitzoeken.

De cao kijkt naar de activiteiten van je organisatie

Sommige werkingssfeerbepalingen beschrijven een bepaald soort werk. Je gaat dan na of jouw organisatie dat werk doet, en soms ook welk deel van je activiteiten eronder valt.

Dat kan bijvoorbeeld aan de hand van de hoofdactiviteit, een deel van de loonsom of een deel van de omzet. Ook kunnen activiteiten of soorten instellingen worden opgesomd. Zo’n opsomming kan beperkt zijn tot de genoemde activiteiten, maar kan ook voorbeelden bevatten, bijvoorbeeld door het gebruik van woorden als “waaronder begrepen”.

In deze situatie moet je de cao naast de feitelijke activiteiten van je organisatie leggen.

De cao kijkt naar je organisatie zelf

Andere cao’s kijken niet naar de activiteiten, maar naar de organisatie zelf. Dat komt in de culturele en creatieve sector voor.

De cao kan bijvoorbeeld gelden voor leden van een bepaalde werkgeversvereniging, soms in combinatie met een aanvullende voorwaarde. Een andere mogelijkheid is dat de cao geldt voor de instellingen die in een bijlage zijn opgenomen. Bij een ondernemingscao kan de werkingssfeer gekoppeld zijn aan één specifieke rechtspersoon.

In deze gevallen hoef je je activiteiten niet te meten. Je stelt vast of je organisatie onder de genoemde groep valt.

De cao verwijst naar een wet of een besluit

Sommige cao’s koppelen hun werkingssfeer aan een wettelijke regeling of aan een besluit. Dan ligt het antwoord niet volledig in de cao zelf.

De cao kan bijvoorbeeld verwijzen naar werkzaamheden waarop een bepaalde wet van toepassing is, naar categorieën die in een wet zijn omschreven of naar een aanwijzing door een toezichthouder.

De cao maakt onderscheid tussen werknemers of functies

Een werkingssfeer kan ook worden afgebakend per werknemer of per functie. Dat kan bijvoorbeeld via een functieboek of via een functie in combinatie met een beloningsdrempel, waarbij de cao van toepassing wordt of juist ophoudt te gelden als iemand van categorie verandert. Ook kunnen de woorden “indien en voor zover” ertoe leiden dat de cao per werknemer en per taak moet worden beoordeeld, in plaats van voor de organisatie als geheel.

Kijk ook naar de uitzonderingen

Bij iedere werkingssfeer kijk je niet alleen naar wie er wel onder valt, maar ook naar wie er niet onder valt.

Een cao kan bepaalde groepen werknemers uitdrukkelijk uitsluiten, en bij een ondernemingscao kunnen nieuwe bedrijfsactiviteiten of nieuwe vennootschappen buiten de werkingssfeer vallen. Je organisatie kan dus onder de cao vallen terwijl een deel van je mensen of een deel van je activiteiten erbuiten blijft.

Stel dus eerst vast waar de werkingssfeer naar kijkt. Gaat het alleen om lidmaatschap, om een lijst of om je eigen rechtspersoon, dan hoef je niets te meten.

Als je je activiteiten moet vergelijken

Omschrijft de werkingssfeer van een cao een bepaald soort werk, dan leg je die omschrijving naast het werk dat in jouw organisatie wordt gedaan.

Begin bij de tekst van de cao. Werkingssfeerbepalingen worden uitgelegd aan de hand van objectieve maatstaven. De bewoordingen van de bepaling, gelezen in het licht van de hele cao, zijn daarbij in beginsel doorslaggevend. Dat heeft de Hoge Raad vastgesteld.

Het gaat dus niet om de naam die je organisatie zichzelf geeft of om de bedoeling die bij het sluiten van de cao bestond. Je kijkt naar wat er binnen de organisatie feitelijk gebeurt.

Welke medewerkers tellen mee?

Moet je beoordelen of je organisatie een bepaalde activiteit uitsluitend of in hoofdzaak verricht, dan moeten alle in de onderneming gewerkte arbeidsuren worden betrokken die redelijkerwijze aan die activiteit zijn toe te rekenen. Het gaat daarbij niet alleen om de uren van medewerkers die het werk rechtstreeks uitvoeren. Ook de uren van medewerkers die hen daartoe in staat stellen, hen ondersteunen, anderszins faciliteren of ervoor zorgen dat de producten van de bedrijfsuitoefening afzet vinden, horen erbij. Dat heeft de Hoge Raad beslist in dezelfde uitspraak.

Kijkt de werkingssfeer naar een deel van de loonsom, dan geldt dezelfde gedachte. Zulke bepalingen vragen welk deel van je loonsom naar medewerkers gaat die bij het genoemde werk betrokken zijn, en betrokken zijn bij werk omvat ook werk dat daaraan dienstbaar is.

Een voorbeeld

Een toneelgezelschap verzorgt naast voorstellingen ook educatie in het onderwijs. Dan is het niet voldoende om alleen naar de acteurs en de educatiemedewerkers te kijken, want ook de zakelijk leider, de marketeer, de productieleider en de technicus verrichten werk dat aan een of aan beide activiteiten is toe te rekenen. Bij een museum met een winkel en een café is het niet de aanwezigheid van dat café die de uitkomst bepaalt, maar hoeveel van het werk eraan is toe te rekenen.

Breng dus in kaart welke activiteiten je organisatie verricht en welke medewerkers daarbij betrokken zijn, inclusief de mensen op kantoor, in de marketing en achter de bar. Op basis daarvan maak je een eerste inschatting, maar die inschatting geeft je nog niet een sluitend antwoord.

Wat als twee cao’s mogelijk van toepassing zijn?

Het kan voorkomen dat je organisatie activiteiten verricht die onder meer dan één bedrijfstak lijken te vallen. Het is dan niet aan jou om te kiezen welke cao het beste past. Wat telt is welke werkingssfeerbepaling jouw organisatie aanwijst.

Begin met de cao’s zelf. Sommige cao’s bevatten regels over de situatie waarin meerdere cao’s mogelijk van toepassing zijn.

Die regels komen in verschillende vormen voor:

  • De cao geldt niet voor werkgevers op wie een andere cao van toepassing is. Die andere cao wordt dan bij naam genoemd.
  • De cao geldt niet voor werkgevers die onder de werkingssfeer van een andere cao vallen.
  • De uitsluiting is gericht op de individuele werknemer in plaats van op de werkgever.
  • Er is een tussengebied waarin de ene cao voor de andere wijkt, terwijl hij daarbuiten wel blijft gelden.
  • Of het omgekeerde: de cao verklaart de arbeidsvoorwaarden uit een andere cao van toepassing, tenzij hij zelf iets anders of aanvullends regelt.

Belangrijker nog is wat die regels níet doen. Geen van de samenloopregels die in de cao’s in de culturele en creatieve sector voorkomen geeft een rangorde, dus je vindt er geen regel dat de meest specifieke of de gunstigste cao voorgaat. En op een enkele uitzondering na wijst geen van die regels een instantie aan die beslist bij verschil van mening. Waar zo’n instantie wel bestaat, geeft die advies aan de partijen bij de cao en niet aan jou als individuele organisatie.

Kijk dus in beide cao’s of er een samenloopregeling staat, en zo ja, welk aanknopingspunt die gebruikt: je organisatie of de individuele medewerker.

De Hoge Raad heeft daarnaast geoordeeld dat werkingssfeerbepalingen van bedrijfstakregelingen zijn bedoeld om de ondernemingen aan te wijzen waarvan de belangrijkste activiteit bestaat in de daarin bedoelde werkzaamheden, en die daarom tot de bedrijfstak behoren. Verricht een onderneming activiteiten die onder twee bedrijfstakken vallen, dan ligt het niet voor de hand dat zij daardoor onder geen van beide valt. Dat geldt in het bijzonder wanneer kan worden vastgesteld dat binnen de onderneming voornamelijk werkzaamheden van een van beide bedrijfstakken worden verricht.

De ontwikkeling van je organisatie kan bovendien gevolgen hebben voor de uitkomst. Een productiehuis kan later een podium gaan exploiteren, een orkest kan een eigen educatieafdeling beginnen of een museum kan tentoonstellingen voor andere organisaties gaan bouwen. Verandert het activiteitenpakket, dan kan ook de beoordeling van de werkingssfeer veranderen, zonder dat je iets hebt veranderd aan wat je op papier bent.

Wanneer ben je door een cao gebonden?

Een cao kan op verschillende manieren voor jouw organisatie gaan gelden.

  • Je sluit zelf een cao af voor je organisatie. Je bent dan partij bij die cao.
  • Je wordt lid van een werkgeversvereniging die een cao is aangegaan. Je bent dan gebonden als je tijdens de duur van die cao lid bent of wordt en bij de overeenkomst betrokken bent: naast het lidmaatschap zitten daar dus twee voorwaarden in (artikel 9, eerste lid, Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst). Gebonden zijn betekent dat je tegenover elke partij bij de cao gehouden bent de overeenkomst te goeder trouw uit te voeren, als had je jezelf daartoe verbonden.
  • Bepalingen uit een cao worden algemeen verbindend verklaard. Die bepalingen gelden dan voor werkgevers die onder de werkingssfeer vallen, ook als zij geen lid zijn van een werkgeversvereniging.
  • Je verwijst in de arbeidsovereenkomst naar een cao. De cao geldt dan omdat je dat met je medewerker hebt afgesproken. Controleer in dat geval of de verwijzing ook betrekking heeft op opvolgende cao’s of alleen op de cao die op dat moment gold.

In de culturele en creatieve sector is lidmaatschap soms zelf onderdeel van de werkingssfeer. De cao kijkt dan niet naar de activiteiten van je organisatie, maar bijvoorbeeld naar het lidmaatschap van een bepaalde werkgeversvereniging, soms met een aanvullende voorwaarde erbij. Dat maakt de werkingssfeer eenvoudiger vast te stellen, en het betekent dat lid worden gevolgen heeft voor de arbeidsvoorwaarden van je organisatie.

Een organisatie kan bovendien niet altijd zelf bepalen of zij tot de werkingssfeer gaat behoren. Bij sommige cao’s wordt toetreding bepaald door de partijen bij de cao, doordat instellingen moeten worden aanvaard of in een bijlage worden opgenomen. De procedure en de voorwaarden daarvoor verschillen per cao, en staan er niet altijd bij.

Ben je geen lid van een werkgeversvereniging en zijn er geen bepalingen algemeen verbindend verklaard die op jouw organisatie van toepassing zijn, dan bindt die cao je niet op die grond. De werkingssfeer blijft wel van belang. Die bepaalt namelijk ook of algemeen verbindend verklaarde bepalingen op je organisatie van toepassing zouden zijn. Daarnaast kan een pensioenverplichtstelling een eigen werkingssfeer hebben.

Wat gebondenheid precies is, lees je in Welke cao geldt voor jou?

Welke bepalingen zijn algemeen verbindend verklaard?

Een verbindendverklaring werkt per bepaling. Het besluit bevat een opgaaf van de bepalingen waarop de verbindendverklaring betrekking heeft, en alleen die bepalingen zijn algemeen verbindend. Dat volgt uit artikel 2, eerste lid, en artikel 5, eerste lid, onder a, van de Wet AVV. Of dat er veel of weinig zijn, verschilt per besluit, dus ga niet af op de cao maar kijk in het besluit.

Er horen drie beperkingen bij:

  • Het besluit vermeldt een begin- en een eindtijdstip. Een verbindendverklaring geldt voor ten hoogste twee jaar, behoudens verlenging, met een uitzondering voor bepaalde commissies en voor fondsen die uit hun aard een meer permanent karakter dragen.
  • Een verbindendverklaring heeft geen terugwerkende kracht. Tussen twee besluiten kan dus een periode zitten waarin de bepalingen niet algemeen verbindend zijn.
  • De minister kan bepaalde gevallen van de verbindendverklaring uitzonderen.

Wil je weten wat op dit moment algemeen verbindend is verklaard, kijk dan in het besluit zelf. De besluiten zijn te vinden via officielebekendmakingen.nl, en het register van het ministerie ligt kosteloos ter inzage. Een overzicht per cao kan helpen om de juiste documenten te vinden, maar uiteindelijk is het besluit bepalend.

Je past de cao ook toe op werknemers die geen vakbondslid zijn

Ben je aan een cao gebonden, dan moet je de bepalingen over arbeidsvoorwaarden uit die cao ook nakomen bij de arbeidsovereenkomsten die je aangaat met werknemers die zelf niet door die cao gebonden zijn, tenzij de cao anders bepaalt. Dat staat in artikel 14 van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst.

Je hoeft dus niet per medewerker te controleren of iemand vakbondslid is, en je maakt geen onderscheid tussen leden en niet-leden. Dat is een plicht die uit de wet volgt en geen keuze die je per medewerker maakt. Het is een plicht tegenover de partijen bij de cao: zij kunnen je hierop aanspreken.

Dit staat los van de vraag welke afspraken je met een werknemer mag maken die van de cao afwijken. Of zo’n afspraak mogelijk is en wanneer zij nietig is, hangt onder meer af van de vraag of het om een standaard-cao of een minimum-cao gaat. Daarover lees je meer in Standaard-cao en minimum-cao: wat mag je afspreken? Dat artikel is neutraal geschreven, dus je kunt daar als werkgever terecht.

Hoe ontstaat een pensioenverplichting?

Een pensioenverplichting kan op twee manieren ontstaan, en die werken niet hetzelfde.

Uit je cao

Er zijn cao’s in de culturele en creatieve sector die de werkgever opdragen zelf een pensioenvoorziening te treffen, bij een pensioenfonds of een verzekeraar. Andere cao’s dragen je op je medewerker aan te melden bij een fonds dat de cao noemt. Zo’n verplichting geldt omdat de cao op jouw organisatie van toepassing is. Daarvoor is dus de werkingssfeer van de cao beslissend, en verder niets.

Uit een verplichtstelling

Daarnaast kan de minister deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds verplicht stellen, op aanvraag van het georganiseerde bedrijfsleven binnen een bedrijfstak, voor een of meer bepaalde groepen van personen die in die bedrijfstak werkzaam zijn. Dat staat in artikel 2, eerste lid, van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. Zo’n verplichtstelling heeft een eigen werkingssfeer: welke kring zij bestrijkt staat in het besluit zelf en niet in een cao. Zij kan dus ook spelen als er voor jouw organisatie geen cao geldt.

Loop ze allebei na. Staat er een pensioenbepaling in je cao, lees dan welk fonds of welke regeling zij aanwijst; sommige cao’s verwijzen daarvoor naar het reglement van het fonds, en dan staat daar waar je moet zijn. Van een verplichtstelling doet de minister mededeling in de Staatscourant, te vinden via officielebekendmakingen.nl. Doe bij twijfel navraag bij het fonds.

Wat als er geen cao van toepassing is?

Valt je organisatie niet onder een cao en zijn er geen algemeen verbindend verklaarde bepalingen die van toepassing zijn, dan worden je arbeidsvoorwaarden bepaald door de wet en door de afspraken die je met je medewerkers maakt.

Voor een deel van de organisaties in de culturele en creatieve sector geldt geen cao. Je hebt dan geen loongebouw uit een cao, geen aanvullende regeling bij ziekte en geen sectorspecifieke afspraken over bijvoorbeeld tijdelijke contracten. Dat betekent niet dat er minder wettelijke verplichtingen gelden, maar dat je op meer onderwerpen zelf afspraken moet maken. Dezelfde wettelijke regels gelden als voor elke andere werkgever in Nederland, en er is geen uitzondering voor culturele instellingen.

Voor de wettelijke basis kun je in onze kennisbank terecht voor:

In deze artikelen wordt op onderdelen naar de cao verwezen. Geldt er voor jouw organisatie geen cao, dan geldt die cao-bepaling niet en kijk je naar de wettelijke regel die eronder ligt.

Boven de wettelijke basis kies je zelf, en daarvoor bestaat er in de sector materiaal buiten de cao om. fairPACCT, een programma van Platform ACCT, ontwikkelt richtlijnen en hulpmiddelen om fair pay in de praktijk te brengen. Dat gebeurt in ketentafels, per deelsector. Op fairpacct.nl staat een overzicht van die ketentafels, en er is een ingang voor werk- en opdrachtgevers. Of er voor jouw deelsector al iets ligt, verschilt. Of er voor jouw deelsector al iets ligt, verschilt.

Ook als er nu geen cao geldt, kan dat later veranderen. Worden cao-bepalingen algemeen verbindend verklaard, dan kunnen die ook van toepassing worden op arbeidsovereenkomsten die al zijn gesloten. Dat volgt uit artikel 2, eerste lid, van de Wet AVV. Ook een verandering in de activiteiten van je organisatie kan ertoe leiden dat een andere cao van toepassing wordt.

Pas je een cao vrijwillig toe, leg dan vast welke cao je volgt en hoe je omgaat met opvolgende cao’s. Daarmee voorkom je dat later onduidelijk is welke afspraken je precies hebt gemaakt.

Als de werkingssfeer onduidelijk blijft

Soms blijft na het lezen van de cao onduidelijk of je organisatie onder de werkingssfeer valt. Het antwoord ligt dan bij de partijen die de cao hebben afgesloten. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepaalt niet voor individuele organisaties welke cao van toepassing is, en wij doen dat ook niet: wij leggen uit wat de vraag is en waar zij thuishoort.

Neem dus contact op met die caopartijen en leg je vraag daar neer. Zij kunnen aangeven hoe zij de werkingssfeer uitleggen. Kijk daarbij ook of de cao zelf een samenloopregeling of een eigen procedure kent, want dan kan al geregeld zijn hoe een verschil van inzicht wordt behandeld.

Je kunt daarnaast een werkingssfeeronderzoek laten uitvoeren. Daarbij worden de werkzaamheden binnen je organisatie vergeleken met de werkzaamheden die in de werkingssfeer van de cao zijn omschreven. De Rijksoverheid noemt die mogelijkheid op haar pagina over welke cao de werkgever moet toepassen, en noemt daar geen partij bij naam.

Een werkingssfeeronderzoek is een van de mogelijke routes en niet de enige route. Komt het tot een geschil, dan is het uiteindelijk aan de rechter om de werkingssfeerbepaling uit te leggen. De Hoge Raad heeft dat in verschillende zaken gedaan.

Het is verstandig om de vraag niet te laten liggen. Blijkt achteraf dat er bepalingen golden die je niet hebt toegepast, dan is een afspraak die daarmee strijdig is nietig en geldt de cao-bepaling in plaats daarvan, ook in arbeidsovereenkomsten die al liepen. Bij algemeen verbindend verklaarde bepalingen kunnen verenigingen van werkgevers of van werknemers die nietigheid inroepen en ook schadevergoeding vorderen. Dat staat in artikel 3 van de Wet AVV. Wat dat voor een individuele afspraak betekent, lees je in Standaard-cao en minimum-cao: wat mag je afspreken?

Huur je ook zelfstandigen in?

Een cao kan niet alleen regels bevatten over arbeidsovereenkomsten. Hij kan ook aannemingen van werk en overeenkomsten van opdracht betreffen, en de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst is dan van overeenkomstige toepassing. Dat staat in artikel 1, tweede lid, van die wet. Hetzelfde geldt bij een verbindendverklaring: betreffen de verbindend verklaarde bepalingen aanneming van werk of overeenkomsten van opdracht, dan werkt de Wet AVV daar op dezelfde manier door.

Voor jou betekent dit dat je bij inhuur niet alleen kijkt of je organisatie onder een cao valt. Je controleert ook of de cao bepalingen over opdrachtnemers bevat. In de cao’s in de culturele en creatieve sector komen drie situaties voor:

  • Het werkingssfeerartikel sluit zelfstandigen uit, maar maakt voor een of meer bepalingen een uitzondering. Die bepalingen kunnen bijvoorbeeld gaan over de honorering van zelfstandigen of over een vergoeding van beroepskosten. Ze staan dan niet buiten de werkingssfeer, ze zijn er door het werkingssfeerartikel juist in getrokken.
  • De cao sluit zelfstandigen uit, maar bevat in een bijlage wel een tariefrichtlijn, die de cao zelf een richtlijn noemt met vrij onderhandelbare tarieven.
  • De bepalingen over zelfstandigen staan los van de werkingssfeer, bijvoorbeeld omdat zij een informatie- of betalingsverplichting voor de opdrachtgever bevatten.

Kijk daarom bij inhuur niet alleen naar de werkingssfeer, maar ook of de cao regels over opdrachtnemers bevat en waar die staan, voordat je een tarief afspreekt.

Let bovendien op de gebruikte begrippen. Het woord freelance betekent in een cao niet automatisch dat het om een zelfstandige gaat. Het kan ook gaan om een werknemer met een arbeidsovereenkomst die juist van de cao is uitgezonderd. Kijk dus naar de definitie in de cao en niet alleen naar het gebruikte woord.

Meer over de regels voor het inhuren van zelfstandigen lees je in Zzp’ers inhuren in de culturele en creatieve sector.

Checklist: zo ga je te werk

Wil je nagaan onder welke cao jouw organisatie valt, dan kun je deze stappen aanhouden. Ze brengen je bij de documenten en de partijen waar het antwoord ligt.

  1. Zoek op welke cao’s er in jouw deelsector zijn en wie ze hebben afgesloten.
  2. Lees de werkingssfeerbepaling, samen met het artikel met de definities en een eventuele bijlage.
  3. Stel vast waar die bepaling naar kijkt: naar je activiteiten, naar je organisatie zelf, naar een wet of een besluit, of naar functies en werknemers. Kijkt zij naar je activiteiten, leg die omschrijving dan naast het werk dat in jouw organisatie wordt gedaan, inclusief het werk dat dat mogelijk maakt.
  4. Kijk ook wie de cao uitdrukkelijk uitsluit.
  5. Ga na of je gebonden bent, via lidmaatschap van een werkgeversvereniging of via een algemeen verbindend verklaring. Kijk voor dat laatste in het besluit zelf; het register van het ministerie ligt kosteloos ter inzage.
  6. Controleer of je cao een pensioenbepaling bevat, en of er daarnaast een verplichtstelling is.
  7. Blijft het onduidelijk, leg de vraag dan neer bij de partijen die de cao hebben afgesloten.

Dit artikel volgt de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst, versie 1 januari 2007, en de Wet AVV, versie 1 juli 2026. Wijzigt een van beide wetteksten, dan leggen we dit artikel daar opnieuw naast.

Lees ook:

Star

Arrow up

Op de hoogte blijven?

Wil je graag op de hoogte blijven van onze activiteiten en nieuwe tools en informatie? Meld je hier aan voor de Platform ACCT nieuwsbrief.