Scholing: wanneer betaalt je werkgever, en wanneer regel je het zelf?
Je wilt een opleiding volgen, maar je werkgever twijfelt. Is het wel nodig voor je functie? Past het binnen het budget? En als je werkgever nee zegt, kun je het dan zelf regelen? Voor veel werknemers in de culturele sector is dit een herkenbaar dilemma. De grens tussen wat je werkgever moet betalen en wat je zelf regelt is niet altijd scherp. Dit artikel helpt je die grens te begrijpen, aan de hand van drie lagen: wat de wet voorschrijft, wat je cao biedt en wat je zelf kunt regelen.
Wat moet je werkgever betalen?
De wet is helder over één ding: scholing die noodzakelijk is voor je functie moet je werkgever betalen. Dat staat in artikel 7:611a van het Burgerlijk Wetboek. Sinds augustus 2022 geldt bovendien dat deze scholing kosteloos moet zijn en zoveel mogelijk onder werktijd moet plaatsvinden. Je werkgever mag de kosten niet op jou verhalen, ook niet via een studiekostenbeding. Wat valt hieronder?
- Scholing die je nodig hebt om je huidige functie goed te kunnen uitoefenen
- Bijscholing vanwege nieuwe wetgeving, technologie of werkmethoden
- Scholing die nodig is als je functie verandert of vervalt en je herplaatst moet worden
Dit is een nauwe definitie. Het gaat om scholing die noodzakelijk is, niet om alles wat nuttig of wenselijk zou zijn. En daar begint het grijze gebied.
Waar het grijs wordt
In de praktijk is “noodzakelijk voor de functie” een rekbaar begrip. Je werkgever kan vinden dat een bepaalde cursus leuk is, maar niet noodzakelijk. Jij ziet het misschien anders. Een paar voorbeelden uit de sector:
- Voorbeeld 1: je werkt als marketeer bij een poppodium en wilt een cursus videobewerking volgen. Je werkgever vindt dat je het zonder kunt. Maar video wordt steeds belangrijker in je werk. Is dat noodzakelijk of niet?
- Voorbeeld 2: je bent podiumtechnicus en wilt een opleiding lichtontwerp volgen. Je werkgever zegt dat je bent aangenomen als technicus, niet als ontwerper. Maar jij ziet het als logische verdieping.
- Voorbeeld 3: je werkt bij een museum en wilt een cursus leidinggeven volgen, met het oog op een volgende stap in je loopbaan. Je werkgever zegt: dat is niet nodig voor je huidige functie.
In al deze gevallen kun je een redelijk verhaal hebben, maar het is dus niet zo zwart-wit zoals het misschien op voorhand lijkt. De wet geeft geen harde definitie. En het kan zijn dat je hierover in gesprek moet met je werkgever: is dit iets wat je werkgever moet betalen, wat binnen je cao valt, of wat je zelf regelt.
Wat staat er in je cao?
Naast de wet bevatten veel cao’s in de culturele sector afspraken over scholing die verder gaan dan de wettelijke plicht. Voor jou als werknemer kan dit relevant zijn want in dit budget zit vaak iets meer keuzevrijheid. Je cao kan je recht geven op een persoonlijk opleidingsbudget, studieverlof of een jaarlijks ontwikkelgesprek, ook voor scholing die niet strikt noodzakelijk is voor je functie. Ter illustratie een greep uit enkele cao’s in de sector:
- Cao Kunsteducatie: een uitgebreid hoofdstuk over loopbaanbeleid en scholing. Je bouwt een persoonlijk opleidingsbudget op van 0,5% van je bruto jaarsalaris, met een minimumopbouw van €252 per jaar bij een fulltime dienstverband. Niet besteed budget blijft vier jaar staan.
- Cao Nederlandse Podia: het recht om in overleg met je leidinggevende een persoonlijk ontwikkelingsplan te maken, waarin je wensen voor loopbaanontwikkeling en de bijbehorende leeractiviteiten worden vastgelegd.
- Museum cao: minimaal één keer per jaar een gesprek over je functioneren en ontwikkeling. De werkgever stelt periodiek een opleidings- en ontwikkelplan op en reserveert daarvoor jaarlijks 1% van de loonsom, waarvan minstens 0,5% voor persoonsgebonden opleidingen.
- Cao Toneel en Dans: geen algemeen opleidingsbudget, maar loopbaanontwikkeling via de sociale fondsen van de podiumkunsten (zie hieronder).
- Cao Openbare Bibliotheken: afspraken over scholings- en loopbaanbeleid, met een regeling voor tegemoetkoming in studiekosten en verlof voor niet verplichte scholing.
Kent je cao een opleidingsbudget of ontwikkelplan, dan heb je vaak meer ruimte dan de wettelijke plaats voor scholing. Die ruimte is niet onbeperkt: meestal geldt dat je de scholing in overleg met je werkgever kiest en dat de vergoeding binnen een bepaald kader valt, bijvoorbeeld gericht op je vakmanschap of je inzetbaarheid. Maar het gesprek gaat dan niet meer alleen over “is dit noodzakelijk voor mijn functie?”, maar ook over “past dit binnen mijn ontwikkelplan en het beschikbare budget?” Check dus altijd je eigen cao. Niet elke werkgever wijst je actief op deze mogelijkheden, dus het helpt om te weten wat er in jouw cao staat en dat zelf ter sprake te brengen.
Welke cao?
Benieuwd of er een cao van toepassing is op je werkzaamheden? Bekijk hier onze cao-kaart.
Sociale fondsen in de sector
Naast wat je werkgever en je cao bieden, kent de sector sociale fondsen voor scholing en loopbaanontwikkeling. Deze worden betaald uit premies van werkgevers en werknemers in de sector zelf. Waar je terecht kunt, hangt af van je vakgebied:
- LOF Podiumkunsten: in de podiumkunsten kun je terecht bij het Loopbaanontwikkelingsfonds Podiumkunsten. Via het Sociaal Fonds Podiumkunsten (SFPK) krijg je tot 70% van de kosten van je ontwikkeltraject vergoed, tot €3.000 per jaar. Zowel jij als je werkgever kan de aanvraag indienen.
- Omscholing Dansers Nederland: ben je danser, dan biedt ODN, ook onderdeel van LOF Podiumkunsten, ondersteuning en begeleiding richting een tweede carrière. Advies en loopbaanbegeleiding zijn kosteloos.
- Filmfonds: werk je aantoonbaar minimaal twee jaar in de filmsector, dan kun je een bijdrage voor individuele training aanvragen, tot 75% van de kosten en maximaal €3.000 per jaar.
- Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten: journalisten met minimaal twee jaar ervaring kunnen een beurs aanvragen als tegemoetkoming in cursuskosten en inkomstenderving.
Deze fondsen laten zien dat ontwikkeling in de sector ook een collectieve zaak is: werkgevers en werknemers dragen er samen aan bij.
Het gesprek voeren
Als je werkgever twijfelt, helpt het om concreet te maken waarom de scholing waardevol is. Niet alleen voor jou, maar ook voor de organisatie. Begin bij je cao: welke afspraken zijn er over scholing en ontwikkeling, en heb je recht op een ontwikkelgesprek of een persoonlijk budget? Stel jezelf de vraag: hoe draagt dit bij aan mijn werk, aan het team, aan de organisatie? Kun je laten zien dat de investering zich terugverdient? Soms is er geen budget. Dat is in de culturele sector niet ongebruikelijk. Vraag dan of er creatieve oplossingen zijn: gespreid betalen, deels onder werktijd, of een combinatie met een sociaal fonds.
Zelf regelen via Werktuig PPO
Wil je je verder ontwikkelen op een manier die verder gaat dan wat je functie vereist? Dan kun je zelf een aanvraag doen bij Werktuig PPO. De regeling staat ook open voor werknemers in de culturele en creatieve sector. Je krijgt een derde van de kosten vergoed, tot maximaal €2.250 per twaalf maanden. De aanvraag doe je zelf, niet via je werkgever.
Waar is PPO voor bedoeld?
PPO is bedoeld voor je eigen professionele ontwikkeling. Dat kan verdieping in je vak zijn, maar ook verbreding of omscholing. Scholing die je werkgever wettelijk moet betalen, hoort bij je werkgever en valt buiten de regeling.
Wanneer biedt PPO uitkomst?
Een paar situaties waarin PPO voor werknemers interessant kan zijn:
- je wilt je verdiepen of verbreden op een manier die verder gaat dan wat je functie strikt vereist
- je wilt je oriënteren op een volgende stap in je loopbaan
- je wilt iets ontwikkelen wat vooral voor jouw eigen professionele toekomst waardevol is
Tot slot
De vraag “wie betaalt?” is niet altijd eenduidig te beantwoorden. Maar het helpt om te weten waar je recht op hebt, wat je cao biedt en welke fondsen er in de sector zijn. Ontwikkeling is uiteindelijk een gedeelde verantwoordelijkheid: je werkgever en de sector bieden ruimte, en jij neemt zelf het initiatief.
Meer weten?
Nog vragen over scholing, je cao of de mogelijkheden om je te ontwikkelen? Stel ze aan onze slimme AI-chat. Die helpt je snel op weg naar het juiste antwoord of de juiste regeling.