Skip to content

Auteursrecht voor opdrachtgevers: voorkom verrassingen

Je huurt een fotograaf in voor een productie, een ontwerper voor een affiche of een schrijver voor een programmaboek. Je geeft de opdracht, je betaalt de rekening en je krijgt het werk. Maar wie mag dat werk daarna gebruiken, en waarvoor? Het feit dat je hebt betaald voor de opdracht zegt daarover niet alles. Het auteursrecht ontstaat namelijk bij degene die het werk maakt, en wat jij ermee mag doen, hangt af van wat je hebt afgesproken. Hieronder lees je wat dit betekent voor je organisatie, en wat je vast moet leggen voordat je iemand een opdracht geeft.

In het kort

  • Het auteursrecht ontstaat bij de maker, ook als jij de opdracht geeft en betaalt.
  • Bij iemand die bij jou in dienst is, ligt dat anders dan bij een zelfstandige.
  • Zonder aparte afspraak mag je het werk gebruiken voor het doel waarvoor je de opdracht gaf, en niet ruimer.
  • Voor een overdracht gelden vormeisen, en alleen wat je vastlegt gaat over.
  • Ook na een overdracht kan de maker zich verzetten tegen het weglaten van zijn naam en tegen aantasting van zijn werk.
  • Heb je een kunstwerk in bezit of in bruikleen, dan mag je het afbeelden voor je eigen tentoonstelling, en niet voor meer.
  • Neem je beeld op, dan is dat al snel een filmwerk, en daarvoor gelden eigen regels.

De hoofdregels in het kort

Zes regels bepalen samen waar je staat. Ze worden uitgebreider uitgelegd in ons artikel Van wie is jouw werk eigenlijk?, geschreven vanuit het perspectief van de maker. Hier staan ze kort, met wat ze voor jou als opdrachtgever betekenen.

Het auteursrecht ontstaat bij de maker

Dat is het uitsluitende recht om het werk openbaar te maken en te verveelvoudigen, en het ontstaat op het moment dat het werk er is, zonder registratie of aanvraag. Een opdracht geven en betalen levert je dat recht dus niet op. Je krijgt het resultaat, niet het recht daarop.

Bij een werknemer ligt het anders

Hoort het maken van bepaalde werken tot de taak van iemand die bij jou in dienst is, dan geldt de werkgever als maker, tenzij jullie iets anders zijn overeengekomen. Het recht ligt dan meteen bij de organisatie. Huur je een zelfstandige in, dan geldt die regel niet. Dat verandert niet als je de opdracht intensief begeleidt, als het werk op jouw locatie wordt gemaakt of als je precies aangeeft wat je wilt.

Een licentie is iets anders dan een overdracht

Bij een licentie geeft de maker je toestemming om het werk te gebruiken en blijft het recht bij hem. Je kunt die toestemming beperken in tijd, in gebied, in de vormen waarin je het werk gebruikt en in oplage, en je kunt afspreken of hij exclusief is of niet. Bij een overdracht gaat het recht zelf over naar jouw organisatie. Dat is ingrijpender en vaak niet nodig, want met een ruime licentie kun je meestal alles wat je nodig hebt.

De maker houdt persoonlijke rechten, ook nadat hij het auteursrecht heeft overgedragen

Hij kan zich verzetten tegen openbaarmaking zonder zijn naam, tegen wijzigingen in het werk en tegen aantasting ervan. Voor jou betekent dat twee dingen: vermeld de naam van de maker, ook in een programmaboek of een online agenda, en spreek af of je het werk mag aanpassen.

Verkrijg je exploitatiebevoegdheid, dan geldt het auteurscontractenrecht

Die regels gelden voor een overeenkomst die het verlenen van exploitatiebevoegdheid tot doel heeft. Een opdracht om iets te maken valt daar niet automatisch onder; regel je in diezelfde overeenkomst wel een licentie of een overdracht met het oog op exploitatie, dan gelden ze wel. De maker heeft dan recht op een billijke vergoeding, kan een aanvullende vergoeding vorderen als die vergoeding onevenredig is in verhouding tot de opbrengst, kan de overeenkomst opzeggen als je niet of niet langer voldoende exploiteert, en heeft recht op informatie over de exploitatie. Van die rechten kan hij geen afstand doen. Wat de wet niet doet, is een bedrag of een opbouw voorschrijven: dat de vergoeding zou bestaan uit een honorarium voor uren plus een aparte vergoeding voor het gebruik, staat niet in de wet.

Een uitvoerend kunstenaar heeft geen auteursrecht op zijn uitvoering, maar een naburig recht

Voor een musicus, acteur, danser of zanger geldt de Wet op de naburige rechten, met een eigen uitsluitend recht en eigen persoonlijke rechten. Bij een opname krijg je daarom met twee soorten rechten te maken: het auteursrecht op het stuk, de muziek, de vertaling en het ontwerp, en het naburige recht van iedereen die op die opname te horen of te zien is. Toestemming van de ene groep is geen toestemming van de andere.

Wat mag je zonder aparte afspraak?

Voor het doel waarvoor je de opdracht gaf, mag je het werk in de regel gebruiken. Huur je een illustrator in voor een festivalaffiche, dan mag je dat affiche voor dat festival gebruiken. Dat wordt vaak een stilzwijgende of impliciete licentie genoemd. Die term staat niet in de Auteurswet. De term komt voort uit de uitleg van de overeenkomst zelf, en wat er precies onder valt, staat dus niet vast.

De wettekst is op dit punt juist streng. Een overdracht of een exclusieve licentie omvat alleen die bevoegdheden die uitdrukkelijk in de overeenkomst staan, of die noodzakelijkerwijs voortvloeien uit de aard en de strekking ervan (artikel 2, derde lid, van de Auteurswet). Een gebruik dat niet is beschreven, is dus in beginsel niet overgedragen.

Voor deze vormen van gebruik heb je in elk geval toestemming nodig:

  • Hergebruik voor een ander project, een andere productie of een andere campagne.
  • Het aanpassen, bewerken of hergebruiken van een deel van het werk.
  • Het doorgeven aan derden, bijvoorbeeld aan een coproducent, een festival of een sponsor.
  • Online publicatie, als dat niet het doel van de opdracht was.
  • Gebruik na afloop van de periode die je hebt afgesproken.

Heb je een kunstwerk in bezit of in bruikleen?

Voor beeldende kunst geeft de wet je een eigen bevoegdheid, en die staat los van wat je met de maker hebt afgesproken. Ben je eigenaar, bezitter of houder van een teken-, schilder-, bouw- of beeldhouwwerk of van een werk van toegepaste kunst, dan mag je dat werk verveelvoudigen of openbaar maken voor zover dat nodig is voor een openbare tentoonstelling of een openbare verkoop van dat werk. Dat staat in artikel 23 van de Auteurswet.

Let op het woord houder. De bevoegdheid ligt niet alleen bij de eigenaar, maar ook bij wie het werk onder zich heeft. Een bruikleennemer valt daar dus onder, en dat is voor musea en presentatie-instellingen het meest voorkomende geval.

De grens staat in dezelfde bepaling, en hij is scherp: elk ander commercieel gebruik valt er uitdrukkelijk buiten. Een afbeelding in de aankondiging van je eigen tentoonstelling, in de catalogus of op een zaaltekst is dus iets anders dan diezelfde afbeelding op een tas in de museumwinkel, in een sponsoruiting of in een beeldbank waaruit anderen kunnen putten. Ook hergebruik in een campagne voor een latere tentoonstelling valt buiten de bepaling, want het gaat om wat nodig is voor de tentoonstelling van dat werk.

Twee dingen om in de gaten te houden. De bepaling geldt alleen als je niets anders bent overeengekomen, dus een contract kan de bevoegdheid inperken en ook verruimen. En zij zegt niets over de persoonlijke rechten van de maker: de naam blijft erbij, en bijsnijden of uitsnijden blijft iets om afspraken over te maken.

Een opname of registratie: je bent al snel producent

Neem je beeld op, dan is er al snel sprake van een filmwerk in de zin van de Auteurswet. De wet verstaat daaronder elk vastgelegd werk dat bestaat uit een reeks beelden, met of zonder geluid (artikel 45a van de Auteurswet). Een registratie van een voorstelling of een concert valt daar dus onder, net als een korte film of een videoportret.

Voor filmwerken geldt een eigen regeling, die in hoofdstuk V van de Auteurswet staat. Voor de opdrachtgever pakt die gunstiger uit dan de hoofdregel. Producent is degene die verantwoordelijk is voor de totstandbrenging van het filmwerk met het oog op de exploitatie ervan. Ben jij dat, dan worden de makers geacht een aantal rechten aan jou te hebben overgedragen, tenzij je schriftelijk iets anders bent overeengekomen. Het gaat om het recht het filmwerk te verhuren en op andere manieren openbaar te maken, het vast te leggen en te verveelvoudigen, het te ondertitelen en het na te synchroniseren.

Aan die regeling zitten vier grenzen die je moet kennen

  • De muziek valt erbuiten: wie de muziek heeft gemaakt en wie de bijbehorende tekst heeft geschreven, houdt zijn rechten. Voor het gebruik van muziek in een registratie moet je dus apart iets regelen.
  • Er staat een vergoeding tegenover: je bent de makers een billijke vergoeding verschuldigd, zowel voor de overdracht als voor de exploitatie. Die vergoeding leg je schriftelijk vast, en de makers kunnen er geen afstand van doen.
  • De naam moet erbij: iedere maker heeft het recht zijn naam op de gebruikelijke plaats in het filmwerk te laten vermelden, met zijn rol erbij, en te vorderen dat dat deel van het filmwerk ook wordt vertoond. Een aftiteling wegdraaien of wegklikken is dus niet vrijblijvend.
  • Een scheidbare bijdrage blijft van de maker: vormt een bijdrage een zelfstandig werk, bijvoorbeeld een compositie of een fotoserie, dan houdt de maker daarop het auteursrecht, tenzij je schriftelijk iets anders afspreekt. Hij mag die bijdrage na voltooiing ook apart openbaar maken, zolang hij daarmee de exploitatie van het filmwerk niet schaadt.

En de uitvoerenden staan hier los van: het naburige recht van de musici, acteurs en dansers op de opname wordt door deze regeling niet geraakt. Voor de opname zelf en voor wat je daarna met die opname doet, heb je hun toestemming nodig.

Wat je vastlegt, en hoe

De wet stelt eisen aan de vorm en bepaalt dat alleen overgaat wat er staat. Wát er staat bepaal je zelf. Beschrijf dus het gebruik dat je nodig hebt, in gewone woorden, en denk daarbij verder dan de eerste toepassing. Vier vragen dekken de meeste situaties af: waarvoor mag je het werk gebruiken, waar en hoe lang, in welke vormen en kanalen, en mag je het aanpassen.

Let op

Voor overdracht en voor een exclusieve licentie geldt dat de overeenkomst schriftelijk wordt aangegaan. Gaat het om een overdracht, dan komt daar een tweede eis bij: de levering gebeurt bij een daartoe bestemde akte. Die akte-eis geldt alleen voor de overdracht en niet voor de licentie. Dat staat in artikel 2, derde lid, van de Auteurswet, dat per 1 januari 2026 opnieuw is geformuleerd. Een akte is een ondertekend stuk dat daarvoor is bedoeld. Een notaris is niet nodig. Een mondelinge toezegging, een regel in een mail of een zin op de factuur is niet genoeg. En wat niet in de akte staat, gaat niet over.

Hoe breder de clausule, hoe minder zekerheid hij je geeft. Een beding over toekomstige werken met een onredelijk lange of onvoldoende bepaalde termijn kan door de maker worden vernietigd, en hetzelfde geldt voor een beding dat voor hem onredelijk bezwarend is. Deze twee regels gelden niet alleen bij een overeenkomst die op exploitatie is gericht. Ze gelden bij elke overeenkomst waarbij de maker het auteursrecht overdraagt of een exclusieve licentie verleent. Een zin als “alle rechten op alles wat opdrachtnemer maakt, komen toe aan opdrachtgever” geeft je daarom geen zekerheid. Een omschrijving die aansluit bij wat je echt nodig hebt, houdt beter stand.

Wat er gebeurt als je niets vastlegt

De gevolgen merk je meestal pas jaren later. Een paar situaties die in de culturele en creatieve sector steeds terugkomen:

  • Een affiche uit een eerder seizoen dat je wilt hergebruiken voor een jubileumcampagne.
  • Beeld van een productie dat je opnieuw wilt inzetten om een reprise onder de aandacht te brengen.
  • Een decorontwerp dat moet worden aangepast voor een tournee of een kleinere zaal.
  • Een tekst die voor een programmaboek is geschreven en die je op de website wilt zetten.
  • Een registratie van een voorstelling die je later wilt streamen of in het archief wilt ontsluiten.

Is er destijds niets vastgelegd, dan moet je alsnog toestemming vragen. Dat stuit meestal op meer dan één probleem tegelijk. De maker is soms niet meer te vinden. Is hij overleden, dan loopt het auteursrecht door en ligt het bij zijn erfgenamen. De mailwisseling uit die tijd is vaak niet meer terug te vinden, of staat in de mailbox van iemand die er niet meer werkt. Is er wel iets afgesproken maar niet in een akte, dan is het auteursrecht niet overgedragen. Bij een opname moet je bovendien alle uitvoerenden opnieuw benaderen.

Gebruik je het werk dan toch zonder toestemming, dan blijft dat probleem bestaan tot de rechthebbende zich meldt. Tegen die tijd is het materiaal mogelijk al gedrukt, online gezet of vertoond, en is terugdraaien duurder dan vooraf toestemming vragen. De wet geeft de rechthebbende bovendien meer dan een verbod: hij kan schadevergoeding vorderen, en afdracht van de winst die met het gebruik is gemaakt.

Wat je nu kunt doen

  • Bepaal voordat je de opdracht geeft welk gebruik je nodig hebt, ook op langere termijn.
  • Kies bewust tussen een licentie en een overdracht. Vaak is een ruime licentie genoeg.
  • Schrijf het gebruik concreet op: waarvoor, waar, hoe lang, in welke vormen, en of je het werk mag aanpassen.
  • Draag je het auteursrecht over, regel dan de akte en zet erin wat er precies overgaat.
  • Gaat het om een uitvoering of een opname daarvan, vraag dan ook toestemming aan de uitvoerenden, en regel de muziek apart.
  • Bewaar de afspraak bij het productiedossier en niet alleen in een mailbox.
  • Gebruik je een modeltekst of algemene voorwaarden, kijk dan van wanneer die dateren. De Auteurswet is de afgelopen jaren twee keer gewijzigd op punten die hier precies toe doen.
  • Houd er daarbij rekening mee dat zo’n set een hulpmiddel is en geen verplichte route, en dat hij de vraag niet vervangt welk gebruik jij nodig hebt.

De Auteurswet en de Wet op de naburige rechten staan op wetten.overheid.nl. Dit artikel volgt de tekst zoals die geldt sinds 1 januari 2026.

Lees ook

Star

Arrow up

Op de hoogte blijven?

Wil je graag op de hoogte blijven van onze activiteiten en nieuwe tools en informatie? Meld je hier aan voor de Platform ACCT nieuwsbrief.