Skip to content

Terugblik: bijeenkomst over inhuur van zzp’ers

Op 16 juni 2026 organiseerden digiPACCT en Oog voor Impuls, beide programma’s van Platform ACCT, samen met betrokken brancheorganisaties waaronder NAPK en Cultuurconnectie een netwerkbijeenkomst over de inhuur van zzp’ers in de culturele en creatieve sector. De opkomst en de aanhoudende stroom vragen onderstreepten hoezeer het onderwerp leeft. De bijeenkomst combineerde een juridische en fiscale duiding van de actuele stand van zaken met twee praktijkcases en een gesprek met de zaal, onder leiding van dagvoorzitter Dymphie Braun. Dit verslag vat de hoofdlijnen samen.

De arbeidsovereenkomst als uitgangspunt

Hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp (UvA) opende met de vraag wanneer er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het antwoord volgt uit artikel 7:610 BW: zodra arbeid wordt verricht, daarvoor loon wordt betaald en die arbeid in een verhouding van ondergeschiktheid plaatsvindt, is er een arbeidsovereenkomst. Dat staat los van wat partijen voor ogen hadden of hoe zij hun contract noemen. De arbeidsovereenkomst fungeert daarmee als toegangspoort tot een stelsel van bescherming, belastingen en premies, en heeft in die zin een publiek belang. Juist daarom is handhaving ervan volgens Verhulp van betekenis.

Deze lijn is in de rechtspraak stevig verankerd, van het arrest Groen/Schoevers tot het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad uit 2023. Dat laatste arrest benoemt negen gezichtspunten waaraan een arbeidsrelatie wordt getoetst, uiteenlopend van de aard, duur en inbedding van het werk tot de vraag of de werkende daadwerkelijk commercieel risico loopt en zich als ondernemer in het economisch verkeer gedraagt. Verhulp benadrukte dat het nadrukkelijk geen afvinklijst betreft: alle omstandigheden van het geval wegen mee, en contractuele afspraken tellen alleen voor zover zij in de praktijk ook werkelijk betekenis hebben.

Risico’s van herkwalificatie

Bijzondere aandacht ging uit naar de gevolgen van herkwalificatie met terugwerkende kracht. Wordt een opdracht achteraf als arbeidsovereenkomst aangemerkt, dan kunnen aanspraken op cao-loon, overwerk- en onregelmatigheidsvergoedingen, vakantiedagen, pensioen en loondoorbetaling bij ziekte herleven. Het recht op vakantie is inmiddels een Europees grondrecht, waardoor niet-genoten dagen niet zonder meer vervallen en moeilijk zijn weg te contracteren. Pensioenfondsen nemen daarbij de scherpste positie in: een pensioenvordering kan bij leven van de gerechtigde niet meer verjaren. Verhulp verwees naar de zorgsector, met grote aantallen zzp’ers, als illustratie van de omvang die deze risico’s kunnen aannemen.

Wetgeving in beweging

Tot besluit schetste hij het wetgevingsperspectief. De VBAR-plannen worden ingetrokken ten gunste van de nieuwe Zelfstandigenwet, met een verduidelijking van artikel 7:610 BW die naar verwachting per 1 januari 2027 in werking treedt. Het rechtsvermoeden wordt aangescherpt: wie minder dan ongeveer 36 tot 38 euro per uur verdient, wordt vermoed in een arbeidsovereenkomst te werken. Tegelijk plaatste Verhulp de kanttekening dat het vraagstuk hiermee niet is opgelost, omdat het Europese werknemersbegrip een eigen koers volgt waarmee Nederland niet volledig in de pas loopt.

Hoe zit het met de controles in 2026?

Speciaal over de actuele stand van de handhaving schreven we een apart artikel, met de laatste ontwikkelingen rond de zachte landing en wat dat voor opdrachtgevers betekent.

Handhaving door de Belastingdienst

Edith de Bourgraaf schetste namens de Belastingdienst de actuele stand van de handhaving. Met het einde van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 is een nieuwe fase ingegaan. Voor 2026 geldt een gedeeltelijke zachte landing: er worden geen verzuimboetes opgelegd, maar wel vergrijpboetes, en in beginsel gaat aan een boekenonderzoek eerst een bedrijfsbezoek vooraf. Daarbij is van belang dat de Belastingdienst de arbeidsrelatie niet bij de zzp’er zelf controleert, maar bij de opdrachtgever.

Wat schijnzelfstandigheid kan kosten

Aan de hand van twee rekenvoorbeelden maakte zij de financiële gevolgen van schijnzelfstandigheid concreet. Bij een opdrachtgever te goeder trouw die over een half jaar 24.000 euro aan een zzp’er betaalde, kan een correctie van ruim 10.000 euro volgen aan loonbelasting, premies werknemersverzekeringen en werkgeversheffing Zvw. Aan de zijde van de opdrachtnemer kan het vervallen van kostenaftrek, zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling leiden tot een naheffing inkomstenbelasting van ruim 3.000 euro over een jaar.

Feiten fabels

In een blok “feiten en fabels” ontkrachtte De Bourgraaf een reeks hardnekkige misverstanden. Het hebben van meer dan drie opdrachtgevers, onder de 1.225 uur blijven, een uurtarief boven 38 euro of het inschakelen van een intermediair sluit schijnzelfstandigheid geen van alle uit. Ook duidelijke contractuele afspraken zijn niet doorslaggevend wanneer de feitelijke uitvoering een ander beeld geeft, en het uitblijven van een controle betekent niet dat er geen risico bestaat.

Voor de culturele sector stond zij stil bij de positie van artiesten en musici. Zij werken ofwel in een echte dienstbetrekking, ofwel onder de aparte artiestenregeling voor de loonheffing bij optredens van korte duur, waarbij wordt geheven over de gage en sprake is van een fictieve dienstbetrekking voor de werknemersverzekeringen. Voor buitenlandse gezelschappen geldt een afzonderlijk regime met 20 procent loonbelasting over de gage.

Een stappenplan voor de praktijk

Haar handelingsperspectief vatte zij samen in een stappenplan:

  • Breng in beeld of en hoe externen worden ingehuurd.
  • Beoordeel of er mogelijk sprake is van schijnzelfstandigheid.
  • Leg afwegingen en conclusies schriftelijk vast.
  • Zorg dat de feitelijke situatie overeenkomt met de contracten
  • Blijf dit gezamenlijk en structureel monitoren.

Organisaties die vooraf zekerheid wensen, kunnen vooroverleg met de Belastingdienst aanvragen. Achtergrondinformatie en rekenvoorbeelden zijn beschikbaar via belastingdienst.nl/arbeidsrelaties, de webmodule beoordelingarbeidsrelatie en hetjuistecontract.nl.

Twee praktijkcases

Twee organisaties die de overstap al hebben gemaakt en daarbij gebruik maakten van de regeling Zekere Zaak deelden hun ervaring. Namens Danstheater AYA schetste Nicole Rust een transitie die vooral draaide om het blijven voeren van het gesprek, het nemen van tijd en het wegnemen van weerstand. Een terugkerend knelpunt was dat veel werkenden aanvankelijk alleen het lagere nettobedrag op hun rekening zagen, zonder zicht op de tegenwaarde aan pensioen, vakantiegeld en bescherming bij ziekte. Het per persoon doorrekenen van die afweging bleek doorslaggevend voor het begrip. Tegelijk benoemde zij de keuzes die de transitie afdwingt, zoals vier dansers in dienst nemen in plaats van vijf.

Namens TivoliVredenburg liet Sieuwe Kooistra zien wat een omzetting op grote schaal vraagt. Een omvangrijke groep productiemedewerkers werd structureel aangestuurd en had weinig vrijheid in de invulling van het werk, waardoor de zzp-constructie niet langer paste. Deze groep is collectief in dienst genomen. Daarnaast ontwikkelt TivoliVredenburg een vorm van gedeeld werkgeverschap met andere Utrechtse podia, waarbij medewerkers bij één werkgever in dienst blijven en uitsluitend op vrijwillige basis tussen de podia worden uitgewisseld. Bewust werd ervan afgezien om als bemiddelaar of uitzendbureau te gaan opereren.

Het gesprek met de zaal

De vragen uit de zaal brachten de praktische knelpunten scherp in beeld. Aan de orde kwamen de omgang met kleine uurcontracten en met studenten, de gevolgen van een transitie voor het netto-inkomen en voor het behoud van gewaardeerde medewerkers, en bovenal het besef dat het vraagstuk de afzonderlijke organisatie overstijgt. Veel deelnemers werken van projectsubsidie naar projectsubsidie, waarbij vaste formatie en backoffice nauwelijks gefinancierd kunnen worden. Vanuit de poppodia werd daaraan toegevoegd dat afschalen voor hen geen begaanbare weg is, omdat zij hun producties juist nodig hebben om inkomsten te genereren.

Een waardevol tegengeluid kwam van een zelfstandig HR-adviseur, die benadrukte dat werken met zzp’ers in de sector wel degelijk mogelijk is, mits de werkrelatie bewust en zorgvuldig wordt ingericht. Op het punt van de kunstvakdocent ontstond een verhelderend verschil van inzicht met Verhulp, die zich daarover terughoudend toonde. De Bourgraaf gaf hierbij nog een aanvullend voorbeeld: anders dan de vakdocent die structureel aan een instelling verbonden is, kan iemand die kortdurend een eindmusical op een basisschool begeleidt binnen een afgebakende opdracht met een resultaat wel als zelfstandige werken.

De regeling Zekere Zaak

Beide organisaties waren positief over de regeling Zekere Zaak van Oog voor Impuls, die een startbedrag en een tegemoetkoming in de salariskosten biedt en waarvan de aanvraagprocedure als eenvoudig werd ervaren. De stimuleringsvergoeding voor het omzetten van een opdracht naar een dienstverband is nog beschikbaar; de afzonderlijke adviesregeling is inmiddels stopgezet.

Tot slot

Door alle bijdragen heen liep een gedeelde lijn: neem de tijd, blijf met elkaar in gesprek, neem onrust weg en maak als werkgever een bewuste, goed vastgelegde keuze. Of, in de samenvattende woorden van Verhulp, neem de risico’s in de inhoudelijke programmering en niet op het gebied van werk. De bijeenkomst maakte tegelijk duidelijk dat de individuele organisatie hierin niet alleen aan zet is, en dat de financiering van de sector een wezenlijk onderdeel van het vraagstuk vormt.

Meer weten?

Meer weten over werken met zzp’ers en andere arbeidsmarktthema’s? Raadpleeg de kennisbank van Platform ACCT of sluit aan bij het HR-netwerk van digiPACCT.


Star

Arrow up

Op de hoogte blijven?

Wil je graag op de hoogte blijven van onze activiteiten en nieuwe tools en informatie? Meld je hier aan voor de Platform ACCT nieuwsbrief.