Skip to content

Naheffing loonheffingen: wat mag je verhalen op de zzp’er?

https://www.flickr.com/photos/parkris/

In opdrachtovereenkomsten staat soms een clausule die het risico van een naheffing bij de opdrachtnemer legt. Bijvoorbeeld: als de Belastingdienst later oordeelt dat dit loondienst is, betaalt de opdrachtnemer alle naheffingen en boetes. Zo’n bepaling heet een vrijwaringsbepaling, en de gedachte erachter is begrijpelijk. Je huurt iemand in als zelfstandige en je wil niet jaren later de rekening krijgen.

De vraag is of die bepaling doet wat je ervan verwacht. Voor een deel van een naheffing mag je niets afspreken, hoe zorgvuldig de clausule ook is opgeschreven. En voor het deel dat je wel mag verhalen, bepaalt niet je contract of dat lukt, maar de vorm waarin de Belastingdienst de aanslag oplegt. In dit artikel lees je wat je als opdrachtgever wel en niet kunt verhalen, wat daarvoor nodig is, en hoe lang de Belastingdienst kan terugkijken.

In het kort

  • Een naheffing loonheffingen bestaat uit vier delen, en die delen hebben niet allemaal dezelfde regels.
  • De loonbelasting en de premies volksverzekeringen mag je verhalen op de opdrachtnemer.
  • De premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw mag je niet verhalen, en een afspraak die dat toch regelt is nietig.
  • Een naheffing wordt in de regel als eindheffing opgelegd, en dan kun je niets verhalen tenzij je daar zelf om vraagt
  • Bij veel korte opdrachten blijft de rekening daardoor in de praktijk bij jou, ook met een vrijwaringsbepaling in het contract.
  • Een vrijwaringsbepaling verandert niets aan de vraag of er loondienst was; daarvoor kijkt de Belastingdienst naar hoe er in de praktijk is gewerkt.

Wat is een vrijwaringsbepaling?

Met een vrijwaringsbepaling schuif je het fiscale risico van een naheffing door naar de opdrachtnemer. Vaak staat er dat de opdrachtnemer alle naheffingen, rente en boetes voor zijn rekening neemt als de Belastingdienst de arbeidsrelatie anders beoordeelt dan jullie hadden bedoeld.

Tussen zakelijke partijen mag je in beginsel afspreken wat je wil. Die vrijheid houdt op waar dwingend recht begint, en dat is precies wat hier speelt: bij een deel van de loonheffingen verbiedt de wet verhaal, en verklaart de wet een afwijkende afspraak nietig. Nietig betekent dat de afspraak er juridisch niet is. Je kunt er dus geen beroep op doen, ook niet als de opdrachtnemer ermee heeft ingestemd.

Wat mag je wel verhalen, en wat niet?

Een naheffing loonheffingen bestaat uit vier delen: loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet.

De premies werknemersverzekeringen mag je niet verhalen. Dat staat in artikel 20 van de Wet financiering sociale verzekeringen, en datzelfde artikel zegt dat elk beding waarin je daarvan afwijkt nietig is. Voor de werkgeversheffing Zvw geldt hetzelfde verbod, met dezelfde sanctie, in artikel 42, zevende lid, van de Zorgverzekeringswet. Deze twee delen zijn wettelijk een last van de werkgever, en dat kun je niet met een contract verschuiven.

Een vrijwaringsbepaling die de hele naheffing bij de opdrachtnemer legt, is daarom niet volledig geldig. In het antwoord op de Kamervragen uit 2017 staat het scherper: een bepaling over het verhalen van deze premie of bijdrage die wettelijk niet is toegestaan, is in zijn geheel nietig en converteert niet in een geldige bepaling.

Of je de loonbelasting en de premies volksverzekeringen in de praktijk kunt verhalen, hangt bovendien af van de vorm waarin de Belastingdienst de aanslag oplegt. De hoofdregel is dat een naheffingsaanslag als eindheffing wordt opgelegd: de belasting wordt dan niet ingehouden op het loon van de werkende, maar komt voor jouw rekening. Verhalen is dan niet mogelijk. Wil je wel verhalen, dan moet je daar zelf om vragen en de aangifte per persoon corrigeren. Je vrijwaringsbepaling regelt dat niet voor je. Wat er precies geldt, en hoe de Belastingdienst de eindheffing berekent, staat in het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst, in de editie 2026 in paragraaf 25.1 Eindheffing naheffingsaanslagen.

Let op

Verrekenen komt op hetzelfde neer als verhalen. Houd je een naheffing in op facturen die je nog moet betalen, dan bereik je precies wat de wet verbiedt, en loopt dat tegen hetzelfde verhaalsverbod aan. Er is geen uitspraak gevonden die dit specifiek voor facturen van een opdrachtnemer beslist, dus zeker is dit niet.

Verandert een vrijwaringsbepaling de fiscale beoordeling?

Nee. Wat jullie hebben afgesproken over de risicoverdeling doet niet mee in de vraag of er loondienst was. De Belastingdienst kijkt naar hoe er in de praktijk is gewerkt. In het antwoord op de Kamervragen uit 2017 staat dat verhaalsbepalingen niet relevant zijn voor de fiscale beoordeling van de arbeidsrelatie, en dat ze om die reden ook uit de modelovereenkomsten van de Belastingdienst zijn weggelaten.

Wil je vooraf zekerheid over een arbeidsrelatie, dan is dat een ander gesprek dan een clausule in het contract. Lees daarover ons artikel Vooroverleg met de Belastingdienst: wat is het?. Hoe de beoordeling zelf werkt en waar de grens tussen inhuur en loondienst ligt, lees je in ons artikel Zzp’ers inhuren in de culturele en creatieve sector.

De keuze die overblijft

Bij de twee delen die de wet beschermt, valt niets te kiezen. Die kun je niet verhalen, en een afspraak erover is nietig. De keuze gaat dus alleen over de loonbelasting en de premies volksverzekeringen. Daar staat de wet verhaal toe, en dan is de vraag of je het ook wil afspreken.

Twee dingen wegen daarbij mee. Opdrachtgever en opdrachtnemer richten de samenwerking samen in, en blijkt achteraf dat het loondienst was, dan is dat zelden aan één partij toe te rekenen. En de ruimte om over zo’n clausule te onderhandelen ligt vaak niet bij de opdrachtnemer, die het contract krijgt aangeboden zoals het is. Dat maakt verhaal van dit deel niet ongeldig, maar het verklaart wel waarom opdrachtgevers hier verschillend mee omgaan: de een verhaalt dit deel, de ander niet, en de derde spreekt vooraf een verdeling af.

Wat in alle gevallen helpt, is dat je opschrijft wat je bedoelt en niet meer dan dat. Een standaardclausule die alles bij de opdrachtnemer legt, wekt een verwachting die op het moment van de naheffing niet uitkomt.

Hoe lang kan de Belastingdienst terugkijken?

Een naheffing bij jou als opdrachtgever en een navordering bij de zzp’er zijn twee aparte trajecten.

Naheffen bij jou als opdrachtgever kan tot vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan. Dat staat in artikel 20, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Navorderen bij de zzp’er kan tot vijf jaar na het ontstaan van de belastingschuld, en die termijn wordt langer als hij uitstel voor zijn aangifte had. Navordering kan daarnaast alleen als er een nieuw feit is, tenzij hij te kwader trouw was. Dat staat in artikel 16 van dezelfde wet. Controleer deze termijnen altijd in de wettekst zelf, want dit is de stand van zaken bij de laatste update van dit artikel.

Dat een termijn vijf jaar is, betekent niet dat de Belastingdienst in 2026 ook vijf jaar terug naheft. Daarvoor geldt een eigen lijn, die samenhangt met het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025. Wat daarover nu geldt, staat in Update: hoe zit het met de controles op zzp-inhuur in 2026?.

Wat dit betekent bij korte producties en losse gages

In de culturele en creatieve sector gaat inhuur vaak om veel korte opdrachten: een gage per voorstelling, een klus van drie dagen, een productie die na zes weken klaar is. De regels zijn dan niet anders, maar wat een vrijwaringsbepaling waard is wel.

Een naheffing gaat meestal niet over één persoon, maar over een reeks vergelijkbare inhuur. Per maker is het bedrag klein, over een seizoen niet. Om iets te kunnen verhalen moet je de aanslag buiten de eindheffing om laten opleggen, en dan wordt het bedrag loon van die persoon en moet je de aangifte per persoon corrigeren. Dat betekent dat je jaren later nog moet kunnen herleiden wie wat heeft gefactureerd en op welke voorwaarden, dat je die gegevens per persoon moet aanleveren, en dat je die mensen ook nog moet kunnen bereiken. Bij tien freelancers die elk een paar dagen meewerkten, is dat meestal niet meer haalbaar. Doe je die stap niet, dan blijft het een eindheffing en valt er niets te verhalen.

Het gevolg is dus niet dat je iets fout doet, maar dat de bepaling het risico alleen op papier verschuift. In de praktijk blijft de rekening bij jou liggen, en dat is precies het scenario waarvoor de clausule bedoeld was.

Werk je met gages of prijzen per opdracht, dan speelt daarnaast dat er geen uurtarief op de factuur staat, terwijl dat tarief wel meeweegt in de beoordeling van de arbeidsrelatie. Hoe dat werkt, en wat je dan wel en niet mag meerekenen, staat in Zzp’ers inhuren in de culturele en creatieve sector.

Wat je nu kunt doen

Loop je opdrachtovereenkomst na op een vrijwaringsbepaling die de hele naheffing bij de opdrachtnemer legt, want dat deel houdt geen stand. Wil je iets vastleggen, beperk het dan tot de loonbelasting en de premies volksverzekeringen, en schrijf dat als een apart beding op.

Belangrijker is wat ervoor komt. Een clausule beschermt je niet tegen een herkwalificatie, en bij een eindheffing levert hij niets op. Alleen een opdracht die in de praktijk ook echt inhuur is, doet dat. Twijfel je over een specifieke samenwerking, dan kun je die vooraf met de Belastingdienst bespreken.

Disclaimer

Dit artikel geeft algemene uitleg en is geen juridisch advies. Regels en uitvoering kunnen wijzigen. Ga bij een specifieke situatie na wat er in jouw geval geldt, en laat je zo nodig bijstaan.

Lees ook:

Star

Arrow up

Op de hoogte blijven?

Wil je graag op de hoogte blijven van onze activiteiten en nieuwe tools en informatie? Meld je hier aan voor de Platform ACCT nieuwsbrief.