Actueel / 11 juni 2021

Oproep tot evenredige coronasteun in de culturele sector

BELANG VAN DE CULTURELE SECTOR NOOPT TOT EVENREDIGE STEUN

Oproep
Voor de culturele en creatieve sector is blijvende inzetbaarheid van werkenden - en met name zelfstandigen- van groot belang. En juist die zelfstandigen vormden de meest eenvoudige bezuinigingsoptie tijdens de coronacrisis en blijken daarnaast het minst geprofiteerd te hebben van de generieke en specifieke steunmaatregelen van de Rijksoverheid. Dit gegeven vraagt om een correctie. Wij doen een beroep op de meest betrokken partijen om zo snel en concreet mogelijk en het gesprek hierover aan te gaan. Wij zullen vanuit onze verantwoordelijkheid als arbeidsmarktplatform dat gesprek zo goed mogelijk faciliteren en ondersteunen.

Meervoudige duiding
Vraag ons om in één zin samen te vatten hoe de coronapandemie op de culturele en creatieve sector heeft ingewerkt en we staan met de mond vol tanden. Daarvoor zijn er te veel en te grote verschillen. ‘Desastreus’ is een goed trefwoord als het gaat om dát deel van de sector dat werk en inkomen vrijwel volledig verloren zag gaan. ‘Ernstig’ het trefwoord om te duiden dat het directe contact tussen cultuuraanbieders en -genieters in veel gevallen verloren ging en dat het de vraag is of dat weer gemakkelijk wordt hersteld. ‘Moeizaam’ was voor bijna de gehele sector het werken met onzekerheid, met steeds schuivende panelen. ‘Uitdagend’ is/was de crisis voor de velen die kans zagen razendsnel digitaal aanbod en contact te ontwikkelen. Daarvan zijn er inmiddels fantastische voorbeelden.

Ongelijk getroffen en gesteund
Ook het onderzoeksrapport “Ongelijk Getroffen, Ongelijk Gesteund” van onder meer de Boekmanstichting en SiRM naar de effecten van de coronacrisis op de culturele sector laat een gedifferentieerd beeld zien; de titel zegt het al. Het onderzoek brengt naar voren dat, ondanks veel gemopper op het kabinetsbeleid, de coronasteun - zowel de generieke als specifiek op de sector gerichte maatregelen- veel baat heeft gebracht. Maar de maatregelen hebben lang niet iedereen die daar wel voor in aanmerking moest komen bereikt. En juist partijen die het meest afhankelijk zijn van eigen inkomsten ten opzichte van subsidie-inkomsten hebben het minst van de overheidssteun kunnen profiteren. Dat neemt nog steeds niet weg dat overheden de gesubsidieerde cultuurinstellingen bepaald niet in de kou hebben laten staan. Soms met een onverwachte, bijna paradoxale uitkomst: vooral in de podiumkunsten leden gesubsidieerde instellingen een beperkt of geen exploitatietekort. Er is daar vaak sprake van een positieve balans. Reguliere subsidies gingen dóór, er was coulance met betrekking tot de afgesproken prestaties, de uitgaven liepen terug (door het schrappen van activiteiten vielen ook kosten weg) en er waren de verschillende coronasteunmaatregelen. Het positieve effect is verheugend, want de noodzaak tot meer financiële stabiliteit en een groter eigen vermogen blijft overeind.

Andere verhalen
Er zijn echter ook andere werkelijkheden. Vooral de niet of beperkt gesubsidieerde instellingen kwamen echt in de problemen, met name de vrije theaterproducenten en de poppodia. Maar vooral de ZZP’ers zijn tegen een stapeling van tegenvallers aangelopen en voor velen van hen was en blijft de situatie buitengewoon ernstig. De aangescherpte TONK-regeling sloot niet aan bij de praktijk van de creatieve zelfstandige (naar schatting kwam slechts maximaal 25 procent van hen in aanmerking). De speciale makersregelingen via de fondsen waren een geweldige steun, tot dusverre echter voor een beperkt aantal mensen. En de ‘trickle down’ van de specifieke maatregelen -dat wil zeggen: doorwerking van de maatregelen via werkgevers naar zelfstandigen -blijkt niet uit de verf te zijn gekomen. Sommige werkgevers hadden eenvoudigweg de middelen niet, anderen waren te onzeker over hun financiële perspectieven, weer anderen vonden het niet gepast om voor mecenas te spelen (met opvallende uitzonderingen zoals het fonds dat Groningse instellingen hier speciaal voor vormden). En dan gaat deze conclusie die uit het onderzoek naar voren komt nog alleen over zelfstandigen met een relatie hebben tot de gesubsidieerde instellingen. Er is nog een hele grote groep daarbuiten: de acteur die normaal gesproken bedrijfstrainingen doet, de beeldend kunstenaar die niet in museum of galerie terecht kon, de vormgever die zijn gebruikelijke zakelijke opdrachtgevers niet zag afkomen.

Werkgevers, werkenden en de minister
De minister van OCW heeft inmiddels een nieuw steunpakket bekend gemaakt. De Raad voor Cultuur heeft om versterking van de positie van zelfstandige gevraagd. Er is alle aanleiding voor onze oproep om snel concrete afspraken te maken in plaats van nieuwe rapporten af te wachten. Van werkgevers vraagt dit dat zij hun eigen belang en hun verantwoordelijkheid vertalen in een inzet die de zelfstandige weer kan bijtrekken. Van de organisaties van werkenden dat zij hun wensen zo realistisch en praktisch mogelijk formuleren, rekening houdend met de grenzen van het mogelijke. Ook op de minister van OCW, als grote semi-werkgever, doen wij een beroep. We waarderen haar insteek tot dusverre die uitgaat van constructief vertrouwen in de sector die het zelf kan oplossen. Maar het management van culturele organisaties zou juist best eens gebaat kunnen zijn met een strengere oormerking van de steunmaatregelen.
We zijn ervan overtuigd en het kan niet anders dan dat zakelijk inzicht en solidariteit ertoe leiden dat ‘ongelijk gesteund’ wordt vertaald in ‘evenredig verdeeld’.

Platform Arbeidsmarkt Culturele en Creatieve Toekomst
Erik Akkermans, voorzitter
Sjoerd Feitsma, directeur

Photo by Tom Moss/Unsplash

Contact

Voor meer informatie Platform Arbeidsmarkt Culturele en Creatieve Toekomst kun je contact opnemen met secretaris Wim Kronemeijer via info@platformacct.nl

Meld je aan voor onze nieuwsbrief